![]() | |||||||||||
|
RSS FEED
NIEUWSBRIEF
Voorbeeld Commanding Heights: China en Singapore Parodie op de Amerikaanse War On Drugs
"Net zoals we de vrijheid van meningsuiting van een communist moeten beschermen, hoewel zijn doctrines kwaadaardig zijn, moeten wij het recht van een racist beschermen om zijn eigendom te gebruiken en te verhandelen. Privaat racisme is niet een juridische, maar een morele zaak - en kan alleen bevochten worden met private middelen, zoals een economische boycot of sociale uitsluiting."Ayn Rand |
![]() Uit onderzoeken komt steevast naar voren dat mensen politici (samen met journalisten, advocaten e.d.) als uiterst onbetrouwbaar zien. Zijn politici van nature werkelijk onbetrouwbaarder of slechter dan andere mensen of is dit slechts een hardnekkig vooroordeel, borrelpraat zogezegd? Hans-Hermann Hoppe denkt dat het werkelijk zo is: het ambt vereist het. Zo’n beetje alle politieke economen zijn het erover eens dat vanuit het standpunt van de consumenten een monopolie een slechte zaak is. De klassieke betekenis van monopolie is een exclusief privilege dat toegekend is aan een enkele producent van een goed of dienst, d.w.z.. als het gebrek aan vrije toegang tot een bepaalde productielijn. Anders gezegd, slechts één organisatie, A, mag een bepaald goed, x, produceren. Zo’n monopolie is slecht voor consumenten omdat de prijs van een product van een monopolist hoger en de kwaliteit lager zal zijn dan anders het geval is. Dit komt doordat zo’n producent beschermd wordt tegen concurrentie van mogelijke nieuwe intreders in hun markt. Deze elementaire waarheid wordt vaak aangehaald als argument voor een democratische overheid in plaats van een klassieke, monarchiale of prinselijke overheid, daar in een democratie de toegang tot het overheidsapparaat vrij is – iedereen kan premier of president worden – terwijl onder monarchie enkel de koning en zijn nakomelingen kunnen regeren. Het probleem met dit argument voor democratie is dat er niets van klopt. Vrije toegang is niet altijd een goede zaak. Vrije toegang en concurrentie in de productie van goede zaken is goed, maar vrije toegang en competitie in slechte zaken is dat niet. Vrije toegang in de markt voor het martelen en vermoorden van onschuldigen is niet goed, en vrije toegang in valsemunterij of zwendelarij is ook niet goed, het is zelfs slechter dan slecht. Dus moeten we ons afvragen wat voor soort business de overheid is. Antwoord: het is geen gebruikelijke producent van goederen die aan vrijwillige consumenten verkocht worden. Het is in plaats daarvan een business die zich bezig houdt met diefstal en afpersing en onteigening – door middel van belastingen en valsemunterij – en het uitdelen van de gestolen goederen. Daarom verbetert vrije toegang tot de overheid niet iets dat op zich goed is. Het maakt de zaken zelfs slechter dan slecht, het verhoogt het kwaad.
Maar een prins wordt nog beperkt in zijn herverdelingswensen omdat de rest van de mensen nog steeds geleerd hebben dat het afpakken en herverdelen van het bezit van anderen iets schandelijks en immoreels is. Hierdoor zullen zij elke actie van de prins wantrouwend bekijken. In schril contrast hiermee is het bij vrije toegang tot de overheid iedereen toegestaan om zijn begeerte voor andermans eigendommen luidkeels te uiten. Wat vroeger beschouwd werd als immoreel en derhalve werd onderdrukt wordt nu beschouwd als een legitiem sentiment. Iedereen mag openlijk zijn wens vor het bezit van anderen uitspreken en iedereen mag op basis van die wens handelen zolang ie toegang heeft tot de overheid. Gevolg is dat in een democratie iedereen een gevaar wordt voor iedereen. Een gevolg hiervan is dat onder democratische condities de populaire maar immorele en a-sociale wens voor andermans eigendommen systematisch versterkt wordt. Elke eis is legitiem wanneer ze beschermd wordt onder de vrijheid van meningsuiting. Alles kan gezegd en geclaimd worden, en alle bezitligt in zekere zin voor het oprapen. Zelfs het meest onaantastbaar lijkenende prive-bezit is niet immuun voor de eisen van de herverdeling. Erger nog, door massa-verkiezingen, zullen juist die lieden in een maatschappij die weinig of geen problemen hebben met het afnemen van bezit van anderen, d.w.z. dwangmatige a-moralisten die het meest getalenteerd zijn in het zorgen voor meerderheden uit verschillende groepen van moreel onbezwaarde en onderling tegengestelde populaire eisen (efficiënte demagogen dus), toegang verkrijgen tot het overheidsapparatus en zelfs rap tot de top ervan opklimmen. Een slechte situatie wordt dus alleen nog maar slechter. Historisch gezien kwam de selectie van een prins tot stand door de toevalligheid van zijn geboorte in de adel, en zijn enige persoonlijke kwalificatie kwam van zijn opvoeding tot toekomstige prins en voortzetter van de dynastie en diens status en eigendommen. Dit betekende vanzelfsprekend niet automatisch dat een prins niet slecht en gevaarlijk was. Maar het is goed om je te realiseren dat elke prins die faalde in zijn taken – een prins die zijn land ruineerde, burgerlijke onrust veroorzaakte, of op een andere manier de positie van de dynastie aantastte – meteen het risico liep om ofwel geneutraliseerd ofwel geëlimnieerd te worden door een ander lid van zijn fameilie. Het toeval van zijn geboorte in de dynastie en zijn opvoeding tot toekomstige prins zorgde er aan de ene kant niet autmoatisch voor dat de prins geen slecht of immoreel persoon was, maar aan de andere kant sloten deze zaken ook niet uit dat de prinz een onschadelijk of zelfs goed en moreel persoon was. In schril contrast hiermee staat de selectie van overheidsregeerders waar door verkiezingen het vrijwel onmogelijk wordt dat een goed of onschadelijk persoon ooit naar de top door zal stoten. Premiers en presidenten worden geselecteerd op basis van hun bewezen efficiëntie als moreel onbezwaarde demagogen. Vandaar dat democratieën vrijwel garanderen dat enkel slechte en gevaarlijke mensen in de top zullen komen. Het is nog erger, door de vrije politkeke concurrentie en selectie zullen mensen die doorstromen naar de top steeds slechter en gevaarlijker worden, maar in hun hoedanigheid van tijdelijke en inwisselbare bestuurders zullen ze slechts zelden vermoord of anderszins uitgeschakeld worden. H. L. Mencken schreef hierover: “Politicians seldom if ever get [into public office] by merit alone, at least in democratic states. Sometimes, to be sure, it happens, but only by a kind of miracle. They are chosen normally for quite different reasons, the chief of which is simply their power to impress and enchant the intellectually underprivileged….Will any of them venture to tell the plain truth, the whole truth and nothing but the truth about the situation of the country, foreign or domestic? Will any of them refrain from promises that he knows he can’t fulfill – that no human being could fulfill? Will any of them utter a word, however obvious, that will alarm or alienate any of the huge pack of morons who cluster at the public trough, wallowing in the pap that grows thinner and thinner, hoping against hope? Hans-Hermann Hoppe Dit artikel verscheen eerder op Lewrockwell.com en werd vertaald door Koen Swinkels voor Stichting MeerVrijheid. [noot van de vertaler: Menckens citaat in mijn Nederlandse vertaling deed geen recht aan zijn schrijfkunst. Derhalve staat in het artikel het origineel] Gerelateerde links: - Artikelen over democratie - Artikelen over een alternatief voor democratie: anarcho-kapitalisme |
DE AUTEUR De anarcho-kapitalist Hans-Hermann Hoppe is professor in de Economie aan de University of Nevada in Las Vegas. Hoppe windt er geen doekjes om, gaat recht op zijn doel af en houdt zich niet bezig met politiek correct woordgebruik. In zijn boek (2001) 'Democracy, the God that failed' bespreekt hij de vele manco's van dit algemeen gewaardeerde fenomeen en betoogt hij onder andere dat het democratische stelsel een kwalijke korte termijnstrategie bij bestuurders veroorzaakt.Meer van Hans-Hermann Hoppe
| |||||||||