Bezoek ook blog.meervrijheid.nl

NIEUWSBRIEF

Voorbeeld


Vrijheid en economie zijn gerelateerd. Over Ludwig von Mises
John Stossel: Werkschuwe bedelaars bij voedselbanken en opvangcentra.

Eigendom en beroving Frederic Bastiat
Patroonheilige van de vrije markt Rob Hartmans
De rode draad Redactie
Het Grote Goed Nieuws Boek Simon Rozendaal

"Er is niets wat zoveel schade aanricht als goede bedoelingen."

Milton Friedman


Over EU protectionisme en vliegende koeien

Johan Norberg          29 april 2003

De westerse wereld had altijd de mond vol over vrije handel, maar verder hebben ze geen poot uitgestoken om het proces te bevorderen. Integendeel, de hoogste tolbarriŤres die ze optrokken, waren altijd gericht tegen de ontwikkelingslanden, en dat is vandaag nog altijd het gevoerde beleid. In de grote rondes over vrije handelsbetrekkingen zijn al heel wat heffingen en quota's voor de westerse exportproducten gesneuveld, maar net op de terreinen die vooral voor ontwikkelingslanden van het grootste belang zijn, zoals textiel en landbouwproducten, blijven de liberaliseringsmaatregelen uit. De tariefdalingen na de Uruguayronde waren het kleinst voor de minst ontwikkelde landen. AziŽ en Latijns-Amerika hadden er relatief weinig voordeel bij, en Afrika al helemaal geen.

Westerse accijnzen op exportproducten uit de ontwikkelingslanden liggen vandaag 30 procent boven het wereldgemiddelde. Het Ijzeren Gordijn tussen Oost en West is vervangen door een douanemuur tussen Noord en Zuid. Dat is geen kwestie van nalatigheid, maar een berekende poging om arme landen uit te sluiten. Ze mogen ons wel dingen verkopen die we zelf niet kunnen produceren, maar o wee als ze ons uit de markt prijzen met iets wat we zelf ook kunnen maken. De westerse wereld heft bijvoorbeeld lage invoerrechten op katoen. Voor textiel liggen ze al een stuk hoger en voor machines zijn ze het hoogst. De invoerrechten voor afgewerkte producten uit de ontwikkelingslanden liggen niet minder dan vier keer hoger dan voor vergelijkbare goederen uit geïndustrialiseerde landen.

Net de goederen die de Derde Wereld kan leveren, worden het ergst getroffen door protectionisme - arbeidsintensieve industriële goederen en diensten zoals speelgoed, elektronica, vervoer, textiel en kleding. Als de invoerrechten tussen de 10 en 30 procent van de waarde van de goederen bedragen, moet er al een opmerkelijk verschil in prijs en kwaliteit zijn om hoe dan ook door te kunnen dringen tot onze markten. De westerse landen hebben beloofd hun textielquota's tegen 2005 totaal af te bouwen, maar zelfs wanneer ze zich daaraan houden - wat maar de vraag is - blijven de invoerrechten voor textiel gemiddeld rond de 12 procent liggen.

De ontwikkelingslanden zouden dus het meest profiteren van het vrijmaken van de wereldhandel voor de verwerkende industrie. In één bepaalde studie werd berekend dat de wereldeconomie ongeveer 70 miljard dollar winst zou maken bij een daling van de invoerrechten met 40 procent. In dat geval zouden de ontwikkelingslanden zowat 75 procent van de totale winst opstrijken."' Dat is gelijk aan de totale hoeveelheid internationale hulp aan de ontwikkelingslanden en het is bijna drie keer zoveel als de som van het maandinkomen van alle mensen die onder de armoedegrens leven. Voor die mensen is het uitblijven van een doorbraak in de onderhandelingen binnen de WTO een regelrechte ramp.


Er is geen betere manier om geld over de balk te gooien dan een doorgedreven landbouwpolitiek. Welvarende landen bedelven hun boeren onder de protectionistische maatregelen, subsidies en exportpremies.

De landbouwpolitiek in de 29 rijke OESO landen zadelen de belastingbetalers en verbruikers op met een totale kostprijs van zomaar even 360 miljard dollar. Met dat geld zouden ze de 56 miljoen koeien van al die landen samen ieder jaar een keer rond de wereld kunnen laten vliegen - in business class. En dan hebben ze allemaal nog 2800 dollar zakgeld over om leuke dingen van te kopen in de taxfree shops bij hun tussenlandingen In de VS, de Eu en Azië.*

* Ronnie Horesh: 'Trade and Agriculture: The unimportance of Being Rational'.
Het grofste protectionisme vanwege de welvarende landen doet zich voor op het terrein van de landbouwproducten. Daar groeit de wereldhandel veel langzamer dan voor andere artikelen. Dat is volledig toe te schrijven aan het beleid van de welvarende landen. De meeste landen willen hoe dan ook hun eigen grootschalige landbouwindustrie behouden, ook al beschikken ze niet over comparatieve voordelen in die sector. Dus gaan ze hun eigen boeren subsidiëren en boeren uit andere landen uitsluiten met invoerrechten.

De gemeenschappelijke landbouwpolitiek van de Europese Unie - de CAP, waarbij de C staat voor crazy - legt de quota's voor levensmiddelen en de invoerrechten op zowat 100%, bijvoorbeeld voor suiker en zuivelproducten. De Europese Unie wil ook hier bewerkte producten weren die met de Europese zouden kunnen concurreren. De heffingen op basisvoeding bedragen gemiddeld maar de helft van die op bewerkte voedselproducten. Koffie en cacao, producten die we zelf niet hebben, glippen zonder noemenswaardige prijsverhogingen door de mazen van het net terwijl de Europese Unie een paar honderd procent heft op vlees. De onoprechtheid van zelfverklaarde solidariteitsbewegingen zoals het Franse Attac blijkt duidelijk uit het feit dat ze dat soort heffingen tegen de Derde Wereld verdedigen."

Bovendien sluit de Europese Unie niet alleen buitenlandse producten uit, ze spenderen ook nog zowat de helft van hun budget aan royale subsidies van de productie en het transport door Europese boeren. Omdat deze premies toegekend worden op basis van de oppervlakte en het aantal stuks vee, komt dat neer op het subsidiëren van de rijkste en meest grootschalige operaties - er wordt wel eens gezegd dat de Britse koninklijke familie met de meeste subsidies gaat lopen. Volgens de OESO ontvangen de 20 procent rijkste boeren zowat 80 procent van de subsidies. Dat betekent dat minder dan 1 procent van de Europese bevolking 40 procent van het hele Europese budget opstrijkt.

De premies leiden tot gigantische voedseloverschotten die men ergens kwijt moet. Dat lost de EU gedeeltelijk op door boeren te betalen om niks te verbouwen. Erger nog, de E U gebruikt exportsubsidies om de overschotten op de wereldmarkt te dumpen, en daar kunnen arme landen helemaal niet mee concurreren. Dat betekent dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid niet alleen de boeren uit de Derde Wereld belet om hun producten aan ons te verkopen, maar ze worden ook nog eens uit de markt geprijsd in hun eigen land. Het gaat hier niet om een gewone prijsdumping, maar om het systematisch ondermijnen van de nijverheid waarin de ontwikkelingslanden nu net comparatieve voordelen hebben, en die ze juist moeten ontwikkelen voor ze andere sectoren kunnen verkennen. De gemeenschappelijke landbouwpolitiek van de EU kost de ontwikkelingslanden naar schatting jaarlijks een welvaartsverlies van om en bij de 20 miljard dollar, of twee keer het totale BNP van Kenia.

Het handelsbeleid van de EU is onredelijk en schandalig. Het beschermt een kleine kring van lobbyende ondernemingen en boeren die het feit dat hun tolmuren mensen in andere delen van de wereld de armoe en de dood indrijven, naast zich neerleggen. Dat is een morele catastrofe. Als je bedenkt dat de EU in zijn geheel evenmin iets wint bij dit beleid besef je pas ten volle hoe cynisch dit alles is. Uit berekeningen van de Zweedse overheid blijkt dat een Zweeds gezin met twee kinderen zo'n 250 dollar per jaar zou kunnen besparen als de EU geen invoerrechten op kleding zou heffen, en niet minder dan 1200 dollar per jaar als het hele landbouwbeleid afgeschaft werd. Europeanen betalen ieder jaar miljoenen dollars belastingen zodat er in de winkels een minder groot aanbod aan voedselproducten ligt tegen hogere prijzen.

De Europese overheden subsidiëren de landbouw met een gemiddelde van 90 miljard dollar per jaar en aan de basisproducten uit de industrie spenderen ze zelfs nog iets meer. Alle achterpoortjes waarlangs goederen uit de ontwikkelingslanden zouden kunnen binnenglippen, worden prompt dichtgemetseld met antidumpingtarieven en technische voorschriften in verband met bijvoorbeeld verpakking en hygiëne - voorschriften die precies toegesneden zijn op de Europese bedrijven.

Uit het hoofdstuk "De schande van de blanke", uit het boek 'Leve de globalisering' van Johan Norberg (uitgeverij Houtekiet).

Leve de globalisering werd in Amerika bekroond met de Antony Fisher International Memorial Award en is in Zweden een bestseller. Johan Norberg (Zweden, 1973) is een gewezen anarchist en publiceerde eerder boeken over mensenrechten en de geschiedenis van het liberalisme.


DE AUTEUR

Johan Norberg is schrijver van het boek "Leve de Globalisering" en sinds februari 2006 Senior Fellow aan het Centre for a New Europe.
Norberg werd in 1973 geboren in Stockholm. Na een korte flirt met het anarchisme tijdens zijn middelbareschoolperiode raakte hij aan de universiteit van Stockholm (hij studeerde filosofie, literatuurwetenschappen en politieke wetenschappen) steeds meer geÔnteresseerd in de theorieŽn van liberale filosofen als John Locke en sloot hij zich aan bij het libertijnse netwerk Vrijheidsfront, dat zich onder meer bezighield met het onderdak bieden aan illegalen.

Op zijn twintigste schreef hij al zijn eerste pro-globaliseringsessay. Na zijn studie kon hij aan de slag bij het Timbro-instituut, een prestigieuze liberale denktank. Op zijn 27ste schreef hij, als antwoord aan de anti-globalisten met wie hij vaak in debat ging, Till všrldskapitalismens vŲrsfar - letterlijk: ter verdediging van het wereldkapitalisme - dat in zes talen vertaald werd en zeer lovende kritieken kreeg in de internationale pers, niet alleen omdat het indrukwekkend gedocumenteerd is, maar ook vanwege de persoonlijke ervaring die Norberg opdeed tijdens reizen door AziŽ en Afrika.

Sindsdien is hij een veelgevraagd spreker bij debatten over globalisering overal ter wereld. Onlangs maakte hij op uitnodiging van het Britse tv-station Channel Four een documentaire over zijn boek. Johan Norberg woont in Stockholm met zijn vriendin Sofia.

Johan Norberg's website

Meer van Johan Norberg

Stichting MeerVrijheid 2001 - 2014
Procestijd DH: 0.141 sec.