“Democratie: de illusie van invloed in ruil voor de vermindering van vrijheid.”
Frank Karsten

Ter verdediging van de drugsverslaafde

Door Walter Block

10 augustus 2004

Nu er tegenwoordig zo'n heftige discussie gevoerd wordt over de gevaren van heroïne-verslaving, moeten we ons de oude wijsheid herinneren--"luister naar beide kanten van het verhaal."

Hiervoor zijn vele redenen aan te wijzen. Misschien de belangrijkste hiervan is het feit dat als iedereen ergens tegen is (in dit geval heroïne-addictie), er beslist wel iets vóór te zeggen valt. Gedurende de lange en roerige historie van de mensheid is de mening van de meerderheid in de meeste gevallen fout gebleken.

Aan de andere kant zouden zelfs diegenen die het eens zijn met de meerderheid ook een aanval op die opinie op prijs moeten stellen. Volgens de Utilitarist John Stuart Mill is het aanhoren van de oppositie de beste manier om de waarheden van het leven naar buiten te brengen. Laat maar iemand je positie aanvallen, en sla de aanval af. Deze methode werd door Mill zo belangrijk gevonden dat hij voorstelde om een tegen-opinie te creëren, zelf als er geen voorhanden was, en die zo overtuigend mogelijk te presenteren. Volgens dit principe zouden diegenen die heilig geloven dat verslaving aan heroïne een door en door slechte zaak is, met plezier een argument ten gunste daarvan willen aanhoren.

Het verschijnsel addictie moet vanuit een intrinsiek standpunt bekeken worden, op zichzelf dus. Dat wil zeggen dat we aannemen dat het sociale probleem--de noodzaak voor de verslaafde om in zijn behoeften te voorzien door criminele activiteiten-- niet bestaat. Dit probleem wordt immers veroorzaakt door de wetgeving tegen de verkoop van hard drugs, en heeft dus niet direct met de addictie zelf te maken. De intrinsieke problemen waar de junk mee te maken heeft zijn de directe gevolgen van zijn drugsgebruik.

Bovenaan de lijst van de niet-sociale problemen vinden we de bewering dat drugsverslaving het leven verkort. Al naar gelang de leeftijd en gezondheid van de verslaafde, en de pessimistische of optimistische geaardheid van degene die de uitspraak doet, varieert deze verkorting van de levensverwachting tussen 10 en 40 jaar. Dit is inderdaad betreurenswaardig, maar betekent voor de betrokkene geen geldige grond voor kritiek op zijn verslaving, en geldt zeer beslist niet als een rechtvaardiging voor een verbod op het gebruik van heroïne.

De levensverkorting is geen reden voor kritiek of een wettelijk verbod omdat het aan het individu zelf overgelaten dient te worden om te beslissen wat voor leven hij wil leiden--een kort leven vol van activiteiten die hij als plezierig ervaart of een langer leven zonder dit plezier. Aangezien objectieve maatstaven ontbreken, is er niets onredelijks of afkeurenswaardigs aan de keuze die het individu maakt, welke dat ook is. Men zou kunnen kiezen voor een zo lang mogelijk leven, zelfs als dit betekent dat men dingen moet opgeven zoals alcohol drinken, roken, gokken, seks, reizen, de straat oversteken, opgewonden discussies, en zware lichaamsbeweging. Daarentegen kan men ook kiezen om aan al deze activiteiten deel te nemen, ook al gaat dit gepaard met een verkorting van de levensduur.

Aangezien objectieve maatstaven ontbreken, is er niets onredelijks of afkeurenswaardigs aan de keuze die het individu maakt, welke dat ook is.
Een ander argument wat gebruikt wordt tegen addictie is dat de verslaafde zijn verantwoordelijkheden niet nakomt. het voorbeeld dat gewoonlijk aangehaald wordt is dat van de vader die, onder constante invloed van heroïne, zijn financiële en andere verplichtingen jegens zijn gezin niet meer kan vervullen. Laten we even aannemen dat verslaving aan heroïne de vader volkomen gehandicapt maakt. Dan volgt daar nog niet uit dat het gebruik en de verkoop van heroïne verboden moet worden.

Het zou verre van redelijk zijn om een bepaald gedragspatroon te verbieden omdat het sommige mensen belet om op een voorgeschreven niveau te functioneren. Waarom moeten diegenen die niet slecht functioneren of die gewoon dit soort verantwoordelijkheden niet hebben in hun levensstijl beperkt worden? Als het juist was om op deze gronden heroïne te verbieden, dan zou het ook volkomen correct zijn om gokken te verbieden, of het drinken van alcohol, of roken, autorijden, reizen per vliegtuig, of nog andere gevaarlijke of potentieel gevaarlijke activiteiten. Maar dit zou toch echt absurd zijn.

Zouden harddrugs dan toegestaan moeten worden aan sommige mensen, maar niet aan anderen die als gevolg van hun verslaving hun plichten niet kunnen of willen vervullen? Nee, zeker niet. Om het voorbeeld iets verder door te trekken: Als een man een vrouw trouwt, dan verplicht hij zich niet om alle activiteiten op te geven die mogelijk gevaarlijk zijn. Per slot van rekening is het huwelijk geen slavernij; het houdt geen van beide partijen af van activiteiten die door de andere partij als onaangenaam worden ondervonden. Mensen die verantwoordelijkheden hebben kunnen ook wel een hartinfarct krijgen terwijl ze aan het tennissen zijn. Maar niemand zou toch op het idee komen om je te verbieden aan sport te doen omdat je nu eenmaal verantwoordelijkheden draagt.

Nog een argument tegen drugsverslaving is de stelling dat drugsgebruikers volkomen onproductief worden, zodat ze als groep het BNP (Bruto Nationaal Product) verlagen. Volgens deze redenering schaadt drugsverslaving het algemeen welzijn van het land.

Dit is evenwel een schijnargument, omdat het welzijn van het hele land beschouwd wordt als een wezenlijk en zinvol begrip, i.p.v. het welzijn van de drugsverslaafde zelf. Maar zelfs op zichzelf beschouwd snijdt het argument geen hout. Het is gebaseerd op de aanname dat het Bruto Nationaal Product gelijkgesteld kan worden aan de welvaart van het land. En deze vergelijking gaat niet op. Het BNP beschouwt bijvoorbeeld alle overheidsuitgaven als bijdragen tot het algemeen welzijn, ongeacht of ze dat zijn of niet. Wat het BNP in het geheel niet in aanmerking neemt is de arbeid die de huisvrouw verricht binnen haar woning.

Verder wordt volkomen voorbijgegaan aan de economische betekenis van vrije tijd. Elke maatstaf voor economisch welzijn zou hier toch zeker enige waarde aan moeten toekennen, maar het BNP doet dit niet. Om een voorbeeld te geven: Als door de volledige implementatie van een nieuwe uitvinding de productie van goederen en diensten zou verdubbelen, dan zou daarmee ook het BNP verdubbelen. Maar als men verkiest de uitvinding niet volledig uit te buiten, maar de productie op een zodanig niveau te houden dat de levensstandaard onveranderd blijft, dan kan de werktijd voor iedereen gehalveerd worden, zonder dat er aan het BNP ook maar het geringste verandert.

Het is zeker waar dat, als heroïne-verslaving aanleiding geeft tot ledigheid, dit zal leiden tot een daling van het BNP. Maar een toename van vrije tijd (niet werkzaam zijn) door welke oorzaak dan ook heeft hetzelfde effect. Als we dus tegen drugsverslaving zijn op deze gronden, dan moeten we ook bezwaar maken tegen alle vrijetijdsbestedingen zoals vakanties, meditatie, dagdromen en boswandelingen. De lijst van schadelijke activiteiten zou eindeloos zijn. Er is toch niets tegen als je een deel van je welvaart wil omzetten in meer vrije tijd. En als het BNP daar dan een beetje van naar beneden gaat... dat is dan jammer.

In laatste instantie is het allerminst duidelijk dat addictie onvermijdelijk leidt tot verminderde economische activiteit. Onze kennis op dit gebied komt voornamelijk voort uit het bestuderen van junks die noodzakelijkerwijs het grootste gedeelte van hun tijd moeten besteden aan het koortsachtig zoeken naar grote geldbedragen. Dat komt omdat hard drugs onwettig zijn, en de overheid zo de prijzen kunstmatig hoog houdt. De junk kan niet werkzaam zijn in een normale baan, want de meeste tijd gaat heen met stelen, moorden en tippelen. Aangezien we ons hier bezighouden met de persoonlijke problemen van de addictie en niet met de maatschappelijke problemen, dragen deze gevallen niets bij tot de discussie. Om het gedrag te bestuderen van drugsverslaafden die het niet door onze wetgeving onmogelijk wordt gemaakt productief te zijn, moeten we kijken naar het relatief kleine aantal van verslaafden die fortuinlijk genoeg zijn om zich te kunnen verzekeren van een constante aanvoer van goedkope drugs.

Deze groep bestaat voornamelijk uit artsen die, vanwege hun bevoegdheid om recepten uit te schrijven, zichzelf voortdurend van drugs kunnen voorzien. Wat er aan bewijs uit dit beperkte aantal gevallen naar voren komt, duidt er op dat verslaafden die niet opgezadeld worden met de implicaties van de bestaande wetgeving, in staat zijn een vrij normaal en productief leven te leiden. Deze categorie van artsen blijkt in staat even nuttige zorg te verlenen als hun niet-verslaafde collega's. Voor zover men kan nagaan, kunnen zij de moderne ontwikkelingen op hun vakgebied goed bijhouden, gaan uitstekend om met hun patienten, en functioneren in alle opzichten op een manier die niet verschilt van die van andere artsen.

Om eerlijk te zijn, als heroïne wettelijk toegestaan zou zijn, zouden junks toch nog persoonlijke aan hun verslaving gerelateerde problemen hebben. Er zou de voortdurende angst zijn dat de drugs die zij nodig hebben toch op de duur weer verboden zullen worden. En de perioden van betrekkelijke onbekwaamheid die volgen op de toediening van drugs. Het gevaar van overdosering zou ook nog bestaan, hoewel dit na legalisering minder zou worden omdat het drugsgebruik onder toezicht van een arts zou kunnen gebeuren. Overblijfsels van de oude vooroordelen uit de "verboden" tijd zouden misschien blijven bestaan en kunnen leiden tot discriminatie van de verslaafde.

Waar het hier om gaat is evenwel niet zozeer de vraag of verslaafden ook na legalisatie nog problemen hebben die met drugs te maken hebben. Elke specifieke groep heeft nu eenmaal zijn eigen specifieke problemen; violisten dragen altijd de angst mee hun vingers te bezeren en danseressen lopen liever niet het risico hun tenen ergens aan te stoten. Verslaving aan heroïne is op zichzelf geen groot kwaad. Als het gelegaliseerd wordt bezorgt het niemand narigheid, behalve de gebruiker zelf. Natuurlijk kunnen we hard drugs ter discussie stellen, informatie er over verspreiden, en het gebruik er van met klem afraden, maar ze eenvoudig verbieden is duidelijk een inbreuk op de mensenrechten van hen die ze willen gebruiken.



Dit is een hoofdstuk uit Walter Blocks Defending the Undefendable.

Vertaling: Wilhelm Godschalk voor Stichting MeerVrijheid

Stichting MeerVrijheid
webmaster@meervrijheid.nl