Het recht om te discrimineren - 5
Een arbitraire keuze De regering heeft geen recht om te beslissen wie een bepaalde baan in de particuliere sector mag hebben. De bureaucraat kan slechts een willekeurig besluit nemen. Hij is gewoonlijk ver verwijderd van de dagelijkse personeelsbesluiten die door individuele werkgevers worden genomen. De wetten die worden aangenomen om arbeidsdiscriminatie tegen te gaan doen dat in werkelijkheid niet helemaal niet. Zij overhandigen slechts het recht van discriminatie aan de regeringsbureaucraat. Wij verliezen vaak het feit uit het oog dat de regering niet de onzelfzuchtige, onfeilbare organisatie is die het pretendeert te zijn. De regering is echter samengesteld uit individuen die onderworpen zijn aan dezelfde fundamentele wetten van menselijke actie zoals alle andere personen dat zijn. Omdat wij dit feit soms vergeten, wordt de regering vaak bevoegdheden toegewezen die, indien ze aan individuen zouden worden toegekend, als totaal onaanvaardbaar worden beschouwd. Wat zou onze reactie bijvoorbeeld zijn als onze buurman ons met een pistool zou bedreigen opdat wij zijn vijftien jaar oude zoon inhuren om ons gazon te maaien? Uiteraard zou men dit als een flagrante schending van de individuele keuzevrijheid beschouwen. Wat veroorzaakt toch voor dit wijd verspreide geloof in de alwetendheid van de regering? Waarom wordt er naar de bureaucraat gekeken voor antwoorden op problemen waarvan de meeste mensen menen dat hij er niets mee te maken heeft? Het antwoord zou kunnen worden gevonden door een nadere blik te werpen op de aard van bureaucratie. De bureaucraat heeft een onbetwistbare en schijnbaar eeuwigdurende wens om zijn macht en invloed uit te breiden. Aangezien er geen markttest bestaat voor zijn vaardigheden, moet hij zijn waarde door zijn capaciteit bewijzen via het verkrijgen van politieke aanhang. Hij is van mening dat hij iets moet beheersen wil het enigszins gladjes functioneren. Daar komt bij dat het de overtuiging is van de bureaucraat dat individuen meestal gewoon niet intelligent genoeg zijn om hun eigen zaken af te behandelen. Maar toch zijn diezelfde individuen vermoedelijk slim genoeg om hun heersers te kiezen, die hen graag zullen vertellen hoe ze hun eigen zaken moeten regelen! Bovendien kan of wil een bureaucraat gewoonlijk niet de lange termijn consequenties van zijn acties overzien. Hij is slechts geïnteresseerd in hetgeen er voor zorgt zijn positie te handhaven. De bureaucraat heeft de neiging om de indirecte gevolgen op alle andere individuen uit het oog te verliezen wanneer die personen niet direct te maken hebben met zijn verordeningen. Misschien is de belangrijkste reden dat bureaucraten antidiscriminatiewetten goedkeuren omdat het eenvoudigweg niet in hun belang is om het probleem van de minderheden kwijt te raken. Reusachtige overheidsinstanties zijn ontstaan om de diverse programma's voor positieve discriminatie te beheren. Het is in het belang van diegenen die aan deze instanties verbonden zijn om hun organisatie te zien groeien. Het is niet in hun belang om een oplossing voor het "probleem" te vinden waarvoor hun organisatie in het leven werd geroepen. Als plotseling het probleem opgelost zou worden, zou er geen behoefte meer zijn aan deze instanties, en de ambtenaren zouden hun baan verliezen. De vraag blijft: Wie moet het recht hebben iemand voor een baan te selecteren? Als wij aan een baan of een positie denken in termen van een "continue vrijwillige uitwisseling", volgt het dat de werkgever en de werknemer de enige twee personen zijn die belang in de kwestie hebben. Eisen van derden brengen gewoonlijk conflicten en onrecht. Volgende deel: 6 - Wiens keuze is juist? |
|