Het recht om te discrimineren - 7

De overheid dicteert alles
Als antidiscriminatiewetten helemaal logisch worden doorgevoerd geeft het de overheid het recht om niet alleen te bepalen wie moet worden aangenomen maar ook waar een persoon werkt tegen welk loon, voorwaarden, werkuren en zo verder. Als wordt toegegeven dat de overheidsinmenging noodzakelijk is op een gebied van individuele consumptie omdat sommige personen keuzes maken die geacht worden onacceptabel te zijn, zou de overheid dan niet alle keuzes moeten dicteren?


Vrijheid en gelijkheid gaan niet samen
Sovjet Rusland en vergelijkbare totalitaire landen zijn voorbeelden van naties die getracht hebben de vrijheid van keuze aangaande werk te elimineren. Denken we nou werkelijk dat er daar meer mogelijkheden zijn in die landen? Zijn de werkomstandigheden en levensstandaarden in die landen superieur aan andere landen waar mensen een bepaalde mate van vrije keuze is toegestaan?

In elke samenleving zijn er ongetwijfeld sommige individuen die extreem bevooroordeeld zijn. Wat echter erkend moet worden is dat vooroordelen onmogelijk te elimineren zijn door wetten aan te nemen. Een persoon zou gerechtigd moeten zijn tot het hebben van welke vooroordelen dan ook. Dat is zijn opinie. Wat hij niet zou mogen hebben is het recht om zijn vooroordelen aan anderen op te leggen. Zoals Ayn Rand stelt:

Ayn Rand
Ayn Rand
Geen mens...heeft enig recht op het eigendom van een ander mens. Iemands rechten worden niet geschaad door de weigering van een individu om met hem om te gaan. Racisme is een kwaad, irrationeel en een moreel verachtelijke doctrine - maar doctrines moeten niet verboden worden of door de wet worden voorgeschreven. Net zoals we de vrijheid van meningsuiting van een communist moeten beschermen, hoewel zijn doctrines kwaadaardig zijn, moeten wij het recht van een racist beschermen om zijn eigendom te gebruiken en te verhandelen. Privaat racisme is niet een juridische, maar een morele zaak - en kan alleen bevochten worden met private middelen, zoals een economische boycot of sociale uitsluiting. 6

Voorstanders van antidiscriminatiewetten worden dus geconfronteerd met het feit dat wat zij voorstaan een belichaming is van dezelfde principes die zij zogenaamd verafschuwen. Door massaal te protesteren voor "raciale gelijkheid" roepen ze in feite om een duidelijk onderscheid tussen de verschillende minderheden. Dit onderschrijft echter de stereotypering van bepaalde minderheidsgroeperingen als onderbedeeld, onderontwikkeld of wat dan ook. Je kunt je afvragen wie de werkelijke voorstanders van racisme zijn als je dat label niet kunt plakken op die voorstanders die een speciale behandeling wensen voor sommige individuen ten koste van het rechten van anderen.

De vrije markt biedt enorme prikkels voor producenten om de verschillende factoren voor productie zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Een werkgever die op de werkvloer irrationele discriminatie toepast snijdt zich daardoor in zijn eigen vingers.
We moeten daarom bezwaar maken tegen de antidiscriminatiewetten om twee redenen. Ten eerste bereiken ze niet wat wordt beoogd. In feite zijn ze nadelig voor alle betrokken partijen, met inbegrip van diegenen die men hoopte te helpen. Ten tweede zijn ze gebaseerd op de interventionische illusie die, wanneer die helemaal logisch wordt doorgetrokken, alle mensen het recht op vrije keuze ontneemt, en daarbij dus het principe van individuele vrijheid overtreedt.

Als we een vermindering wensen van de mate waarin minderheden nadelen ondervinden in de markt, wat kan dan gedaan worden om dat te bereiken? Het moet duidelijk een systeem zijn dat werkgevers en consumenten aanmoedigt individuele verschillen als huidskleur, religie, achtergrond, et cetera ter zijde te schuiven. Het moet een systeem zijn dat iemands productieve vaardigheden benadrukt en niet wie zijn voorouders zouden kunnen zijn-een systeem dat ambitie en individuele vaardigheden beloont. Dit systeem heet vrije markt kapitalisme.

Het is de vrije markt dat minderheden de grootste bron van mogelijkheden heeft geboden wat betreft hun economische activiteiten. De vrije markt biedt enorme prikkels voor producenten om de verschillende factoren voor productie zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Een werkgever die op de werkvloer irrationele discriminatie toepast snijdt zich daardoor in zijn eigen vingers. Milton Friedman verklaart dit proces als volgt:

... er is een economische prikkel in een vrije markt om economische efficiëncy te scheiden van andere individuele eigenschappen. Een zakenman of een ondernemer die zich bij zijn zakelijke activiteiten laat leiden door voorkeuren die niets te maken hebben met de productieve efficiency ondervindt een nadeel in vergelijking met andere individuen die dat niet doen. Zo'n individu brengt zichzelf hogere kosten dan anderen die niet zulke voorkeuren hebben. Met als gevolg dat in een vrije markt de anderen hem eruit zullen drukken. 7

Op dezelfde wijze moet een consument de kosten dragen van zijn discriminatie in de vorm van verloren diensten. Als hij weigert goederen of diensten te kopen van individuen die hij niet mag vermindert hij zijn keuzemogelijkheden. Hij zal het moeten stellen zonder die goederen of diensten of zal in het algemeen hogere prijzen moeten betalen voor wat hij aanschaft of ergens anders ontvangt.

In plaats dat de vrije markt de vijand is van minderheidsgroeperingen kan het deze juist voordeel opleverden. Het legt werkgevers namelijk voortdurend hogere kosten op wanneer die kiezen iemand aan te nemen op basis van irrelevante eigenschappen in plaats van op basis van merites en kwalificaties.

Het marktproces van vrijwillige transacties zal altijd superieur zijn in het bevredigen van consumentenwensen. Zij die het vrije markt kapitalisme verdedigen zien discriminatie als een noodzakelijk ingrediënt in dit proces. Onze vrijheid om keuzes te maken is de basis voor alle markt activiteiten. In de woorden van F. A. Harper:

Als er geen arbeidsdiscriminatie zou zijn - geen recht om te kiezen - zouden er geen middelen zijn via welke personen de beste werkplek kunnen vinden; geen mogelijkheden voor personen om hun beste eigenschappen te gebruiken en te ontwikkelen; geen mogelijkheden voor het management om het juiste te doen in plaats van het verkeerde; geen middelen om goede resultaten en kwaliteiten te belonen. 8

Discriminatie is dus essentieel voor het goed functioneren van de markteconomie. Het is een proces van differentiatie - een proces via welke wij onze voorkeuren kunnen aangeven. Het individu moet vrij zijn om te kiezen. Hij moet het recht hebben onderscheid te maken tussen voorkeuren.

Wetten die twee of meer individuen beperken in het aangaan van vrijwillige contracten, of die hen dwingen iets uit te wisselen tegen hun wens, staan uiteraard menselijke vooruitgang in de weg. Als sommige mensen beslissingen nemen die wij als immoreel ervaren dient vreedzame overtuiging de manier te zijn om deze waarden te veranderen. Het is duidelijk geen oplossing om onze waarden aan anderen op te leggen.

Als ons doel is om een systeem te bieden dat ons de hoogste levensstandaard biedt, een systeem dat de meest efficiënte middelen biedt om menselijke behoeften en verlangens te bevredigen, een systeem dat consistent is met de principes van persoonlijk eigendom en vrijwillige uitwisseling, dan moeten we elke gelegenheid aangrijpen om de fundamentele concepten van individuele vrijheid uit te breiden. We moeten voor vrijheid kiezen.

Volgende deel: 8 - Eindnoten

Plaats reactie
 
 
Printversie Email dit artikel




MeerVrijheid 2001 - 2004