|
RSS FEED
NIEUWSBRIEF
Voorbeeld Het gaat steeds beter met de wereld Freedom: My Anti-Gov
"De welvaart in Amerika bestaat niet dankzij de collectieve opoffering aan 'het gemeenschappelijke goed' maar dankzij de productieve genialiteit van vrije mensen"Ayn Rand |
![]() Ter gelegenheid van de recessie herpubliceert MeerVrijheid vandaag dit artikel uit 2003 dat uitlegt dat recessies niet inherent zijn aan het kapitalisme, maar een gevolg zijn van overheidsingrijpen in de markt. Recessies zijn niet inherent aan het kapitalisme, maar worden veroorzaakt door het veranderlijke geldhoeveelheidbeleid van centrale banken. Nadat een centrale bank door te veel geld bij te drukken de inflatie (de geldontwaarding) uit de hand heeft laten lopen, stapt zij vaak te hard op de monetaire rem. Keer op keer leidt een abrupte vermindering van de geldcreatie tot een recessie. Verstorend geldhoeveelheidbeleid De oorzaak hiervan moet gezocht worden in de effecten van het geldhoeveelheidbeleid op de kapitaalmarkt. De geldcreatie van centrale banken verloopt in de regel langs twee kanalen, die beiden het krediet op de kapitaalmarkt beschikbaar voor investeringen vergroten: *Via het 'disconto-instrument': de centrale bank verstrekt leningen bestaande uit nieuw gecreëerd geld aan banken tegen een rentetarief dat lager is dan op de markt. De banken lenen op hun beurt het extra geld weer uit en verruimen zo de kapitaalmarkt. *Via 'open markt operaties': de centrale bank koopt met nieuw gecreëerd geld staatsobligaties aan op de kapitaalmarkt. Fondsen die anders belegd zouden zijn in deze staatsobligaties komen hierdoor vrij voor particuliere investeringen. Wanneer de geldgroei plotseling en onverwacht afvlakt, gebeurt hetzelfde met de kredietgroei. Dit heeft tot gevolg dat minder particuliere investeringen kunnen worden gefinancierd dan verwacht, en dat nog onvoltooide investeringsprojecten door het ontbreken van krediet waarop gerekend was geen voortgang meer kunnen vinden. De prijzen van investeringsgoederen en de kapitaalwaarde van ondernemingen zullen bijgevolg afnemen (lagere beurskoersen), en investeringssectoren (de industrie, en recentelijk ook ICT) worden getroffen door een lagere vraag naar hun producten. De verstoring in de investeringssectoren heeft repercussies op andere sectoren, bijvoorbeeld in de vorm van een lagere vraag naar kantoorartikelen en luxe consumptiegoederen. Naargelang de recessie vordert, raken dus ook andere sectoren in de problemen. Hierdoor zal er in de hele economie sprake zijn van lagere kapitaalwaardes, herstructureringen van bedrijven, en in sommige gevallen zelfs faillissementen. Uiteindelijk is ook werkloosheid onvermijdelijk. Historie De meest beruchte recessie was die van de crisisjaren van begin jaren '30. Deze 'Grote Depressie' werd voorafgegaan door een afvlakking van de geldcreatie in 1929, en was het diepst in landen waar in de jaren daarna een negatieve geldgroei plaats vond. In de VS waar de crisis het hevigst was, nam de geldhoeveelheid van medio '30 tot medio '33 met in totaal een kwart af, terwijl in 1927 en 1928 de geldgroei nog om en nabij de 4% per jaar lag i. In de onderstaande figuur is de relatie tussen de geldhoeveelheid en de economische groei te zien voor de meest recente recessie in de VS. Tot eind 1998 vond er een steeds snellere toename van de geldhoeveelheid plaats, maar deze trend werd abrupt onderbroken gedurende de eerste drie kwartalen van 1999. Dit leidde tot dalende beurskoersen in 2000 (niet getoond in figuur) en een afname van de industriële productie vanaf 2000-K3. De recessie in het BBP begon strikt genomen in 2001-K1, maar de groei van het BBP was daarvoor al afgenomen.
De Nederlandse situatie wordt weergegeven in de figuur hieronder. Omdat seizoensvrije cijfers van de Nederlandse geldhoeveelheid niet makkelijk beschikbaar zijn, is hier gekozen voor jaar-op-jaar cijfers om kwartaalfluctuaties te mitigeren (elk kwartaal wordt nu vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar eerder i.p.v. met het voorliggende kwartaal). In de figuur zijn drie dippen in de groei van de industriële productie te zien, die allen worden voorafgegaan door ofwel een afname van de geldgroei (in '94/'95) of een afvlakking van de opwaartse trend van de geldgroei (in '96/'97, en in '99/2000).
Voorgestelde remedies voor recessies variëren van het vervangen van de centrale bank door een pc die een vaste geldgroeiregel uitvoert, tot het herinvoeren van de gouden standaard ii. In dit laatste geval zou er een stabiele en voorspelbare geldhoeveelheid bestaan, omdat de omvang van de geldhoeveelheid bepaald zou worden door goudwinning en de (ont)munting van goud in plaats van door de arbitraire grillen van de centrale bank. Het betalingsgemak zou er niet minder om zijn, want niet het goud zelf maar voor 100% gedekte goudcertificaten (uitgegeven door banken) zouden voor betaling gebruikt worden. Een vaak gebruikt argument ter verdediging van centrale banken is dat zij nodig zijn om te voorkomen dat bankruns optreden en mogelijk escaleren tot een enorme verstoring van het monetaire systeem. Maar deze beredenering gaat er aan voorbij dat wijdverspreide bankruns historisch gezien juist samengaan met de recessies die in eerste instantie door het monetaire wanbeleid van centrale banken veroorzaakt zijn. Een ander genoemd argument voor centrale banken is dat ze nodig zijn om te allen tijde deflatie (dalende prijzen) te voorkomen vanwege de daaruit voortkomende hevige recessies. Vooroorlogse recessies waren inderdaad vaak deflatoir, maar alleen omdat de abrupte afname van de geldgroei, die aanleiding was voor de recessie, toen vaak een negatieve geldgroei (een geldvernietiging dus) was. De reden hiervoor was dat een eerdere expansie van het papiergeld gedeeltelijk ongedaan gemaakt moest worden om de inwisselbaarheid ervan voor goud onder de toenmalige goudkernstandaard te kunnen handhaven. Zonder de geldvernietiging dreigde de goudvoorraad van de centrale bank uitgeput te raken, omdat meer papiergeld voor goud omgewisseld werd. Dat deflatie op zich niet tot een hevige recessie leidt, blijkt uit de lange perioden in de 19e eeuw waarin deflatie samenging met economische groei. Als vandaag de dag een gouden standaard ingevoerd zou worden, zouden we ook een milde deflatie kennen, aangezien de productiegroei groter zou zijn dan de geldgroei en we dus steeds meer waar (d.w.z. goederen en diensten) voor ons geld zouden krijgen. i Bron: Friedman M., Schwartz A.J. (1963), A Monetary History of the United States, table A-1, column 9. ii Het pc-voorstel is van Milton Friedman in een interview op de website van het Cato Institute, de gouden standaard wordt bepleit door Murray Rothbard in: What Has Government Done to Our Money (1990), beschikbaar op de Website van het Mises Institute Gerelateerde links: - Is de kredietcrisis voorbij? - Geld & Inflatie FAQ - Monetair beleid voor dummies - Ron Paul over de economische crisis - Recessies zijn onnodig op een vrije markt - Grote mythen over de Grote Depressie - De culturele en spirituele erfenis van inflatie - Alle literatuur die nodig is om de crisis te begrijpen - The Case Against the Fed - Issues: Inflatie - Alan Greenspan: Het goud en de economische vrijheid - Berdt van der Lingen: Inflatie is diefstal! - Deflatie, de nieuwe werkelijkheid - Wie veroorzaakt nu eigenlijk inflatie? - Geldontwaarding - De geschiedenis van de goudstandaard - De goudstandaard - Inflatie is diefstal - Tien Leugens Over Het Kapitalisme - Rothbard M.N. (1978), 'Inflation and the Business Cycle: The Collapse of the Keynesian Paradigm', in: For a New Liberty, rev. edition |
DE AUTEUR Peter van Maanen (www.petervanmaanen.nl) studeerde economie aan de VU en volgde de postdoctorale lerarenopleiding economie aan de UvA. Hij liep zijn economiestage bij de Directie Economische Zaken van de SER, en deed zijn leservaring op aan het Montessori Lyceum Amsterdam en het Montessori Lyceum Rotterdam. Hij heeft onderzoek gedaan als econoom voor het economisch bureau van ING, als summer fellow voor het Ludwig von Mises Institute in de VS, en is nu al weer enige tijd onderzoeker bij het CBS.Meer van Peter van Maanen
| |||||||||||||||