Er zijn ook allerlei varianten van in omloop, die steeds weer de kop opsteken. Denk aan de rituele Nieuwjaarsboodschap die rond de jaarwisseling in geen enkele preek of cabaretvoorstelling ontbreekt:
. De boodschap komt erop neer dat een bezigheid op de korrel wordt genomen die nutteloos wordt gevonden (hamburgers eten, vuurwerk afsteken) en wordt verketterd omdat er ergens op de wereld behoeftige mensen bestaan. Een mooi voorbeeld vind ik deze ingezonden brief, van een meneer uit Goes, in de Volkskrant van 5 september 1998:
In deze trant kun je natuurlijk eindeloos doorgaan. Gedichtenbundels worden geschreven en honderden miljoenen analfabeten kunnen niet lezen. Nieuwbouwwoningen worden dagelijks gestofzuigd en afgestoft en ieder jaar rukt de woestijn in Afrika verder op. Kaarsen worden aangestoken en minderjarige meisjes worden gedwongen tot prostitutie.
Interessant is dat alle vergelijkingen zich altijd richten op scheefgroei in de consumptie. Typerend is dit citaat uit een rapport van het VN Ontwikkelingsfonds uit 1998:
"Een kind dat wordt geboren in een westers land zal in zijn leven evenveel consumeren en vervuiling produceren als dertig tot vijftig kinderen in een ontwikkelingsland. Eenvijfde van de wereldbevolking doet 86 procent van de uitgaven voor persoonlijke consumptie. De rijkste 20 procent verbruikt 84 procent van alle papier, consumeert 45 procent van alle vlees en vis, bezit 87 procent van alle voertuigen ter wereld."
Niemand heeft het ooit over scheefgroei in de productie. Waarom lees je nooit eens:
"Een kind dat wordt geboren in een westers land zal in zijn leven evenveel goederen en diensten produceren als dertig tot vijftig kinderen in een ontwikkelingsland. Eenvijfde van de wereldbevolking zorgt voor 86 procent van alle productie in de wereld. De rijkste 20 procent produceert 84 procent van alle papier, produceert 45 procent van alle vlees en vis en maakt 87 procent van alle voertuigen ter wereld." Want daar komt het in de praktijk wel op neer. De rijke landen zijn rijk omdat ze meer produceren dan de arme landen, niet omdat ze meer consumeren. Als de ontwikkelingshulp- en liefdadigheidsindustrie werkelijk geïnteresseerd is in het bevorderen van het lot van de armen in de wereld, zou men zich allereerst de vraag moeten stellen waar welvaart en armoede vandaan komen. In dat verband wijs ik er graag op dat een land als Soedan een dictatoriale staat is waarvan de regering burgeroorlogen voert, dorpen platbrandt, critici opsluit en vermoordt, censuur uitoefent, mensen vermoordt die zich niet aan de Islamitische wetten houden en zich zelfs met slavernij schijnt bezig te houden. Als alle voetbaltrainers in de wereld hun salarissen naar Soedan zouden overmaken, zou dat geen spat veranderen voor de vrouwen en kinderen die daar sterven van de honger.
De oorzaken van armoede zijn: onderdrukking, geweld, corruptie. Oftewel: het ontbreken van een stabiel rechtssysteem, gebrek aan respect voor individuele rechten, gebrek aan vrijheid. Noem mij een land in de wereld waar de staat de rechten van haar burgers beschermt in plaats van verkracht, waar burgers zijn verzekerd van eigendomsrechten - en waar armoede heerst. Zo'n land bestaat niet. Zullen we het daar eens over gaan hebben op de volgende Expo?
Karel Beckman
(copyright ©: Karel Beckman, alle rechten voorbehouden)