6-jun-2005

Wat je niet mag zeggen

Heb je ooit een oude foto van jezelf gezien en heb je je geschaamd over hoe je eruit zag? Kleedden wij ons toen echt zo? Jazeker. En we hadden geen idee hoe belachelijk we eruit zagen. Het ligt in de aard van mode dat mode onzichtbaar is, op dezelfde manier dat de beweging van de aarde onzichtbaar is voor ons allen die zich erop bevinden.

Wat me beangstigt is dat er ook morele mode bestaat. Deze is net zo willekeurig, en net zo onzichtbaar voor de meeste mensen. Maar deze is veel gevaarlijker. Mode wordt verward met goed ontwerp; morele mode wordt verward met het goede. Het dragen van vreemde kleding leidt ertoe dat je uitgelachen wordt. Het schenden van morele mode kan ertoe leiden dat je ontslagen, bekritiseerd, gevangengezet of vermoord wordt.

Als je terug in de tijd kon reizen met een tijdmachine, dan zou er ťťn ding waar zijn, ongeacht waar je naartoe zou gaan: je zou moeten oppassen met wat je zou zeggen. Meningen die we als onschadelijk beschowen zouden je in grote problemen gebracht kunnen hebben. Ik heb al ten minste ťťn ding gezegd dat me in grote problemen zou hebben gebracht in het merendeel van Europa in de zeventiende eeuw, en het bracht Galileo in grote problemen toen hij het zei -- dat de aarde beweegt.[1]

Nerds brengen zichzelf altijd in de problemen. Ze zeggen ongepaste dingen om dezelfde reden dat ze zich onmodieus kleden en goede ideeŽn hebben. Gewoonten hebben minder vat op hen.



Het lijkt een constant feit te zijn door de hele geschiedenis heen: in iedere periode geloofden mensen dingen die gewoonweg belachelijk waren, en ze geloofden er zo sterk in dat zij in grote problemen zouden zijn gekomen als zij het tegendeel beweerd zouden hebben.

Is onze tijd op enige manier anders? Voor iemand die enige hoeveelheid geschiedenis gelezen heeft, is het antwoord bijna zeker nee. Het zou een opmerkelijk toeval zijn als ons tijdperk het eerste was dat alles precies juist had.

Het is stimulerend om te bedenken dat we dingen geloven die mensen in de toekomst belachelijk zullen vinden. Waar zou iemand die terugkwam om ons te bezoeken in een tijdmachine op moeten letten om niet te zeggen? Dat is wat ik hier wil bestuderen. Maar ik wil meer doen dat alleen mensen choqueren met de ketterij-van-de-dag. Ik wil een algemeen recept vinden voor het ontdekken van wat je niet mag zeggen, in ieder tijdperk.


Heb je bepaalde opvattingen die je niet graag zou vertellen in een groep van gelijken?
De conformismetest

Laten we met een test beginnen: heb je bepaalde opvattingen die je niet graag zou vertellen in een groep van gelijken?

Als het antwoord nee is, dan is het misschien goed om daarbij stil te staan en daarover na te denken. Als alles wat je gelooft iets is dat je verwacht wordt te geloven, zou dat toeval kunnen zijn? De kans is groot dat dat niet het geval is. De kans is groot dat je slechts denkt wat men je verteld dat je moet denken.

Het andere alternatief zou zijn dat je op onafhankelijk wijze iedere vraag beschouwd hebt en tot precies dezelfde antwoorden bent gekomen die nu als acceptabel beschouwd worden. Dat lijkt onwaarschijnlijk, omdat je ook dezelfde fouten zou moeten maken. Kaartenmakers stoppen opzettelijk kleine fouten in hun kaarten opdat ze kunnen zien wanneer iemand ze kopiŽert. Als iemands kaart dezelfde fouten heeft, is dat een zeer overtuigend bewijs.

Net als iedere ander tijdperk in de geschiedenis, bevat onze morele kaart waarschijnlijk fouten. En iemand die dezelfde fouten maakte, deed dit waarschijnlijk niet per ongeluk. Dat zou zijn alsof iemand beweerde dat hij in 1972 op onafhankelijke wijze had besloten dat broeken met wijde pijpen een goed idee waren.

Als alles wat je gelooft datgene is dat men van je verwacht dat je gelooft, hoe kun je zeker weten dat je ook niet alles zou hebben geloofd dat men van je verwachtte, wanneer je opgegroeid was tussen de plantagehouders in het Zuiden van Amerika van voor de Burgeroorlog, of in Duitsland in de jaren 1930 -- of zelfs tussen de mongolen in 1200? De kans is groot dat je dat ook zou hebben gedaan.

Terug in het tijdperk van begrippen zoals "fatsoenlijk", leek het idee te zijn dat er iets met je mis was wanneer je dingen dacht die je niet hardop durfte te zeggen. Het tegendeel lijkt me waar. Het is bijna zeker zo dat er iets met je mis is als je geen dingen denkt die je niet hardop durft te zeggen.


Problemen

Wat mogen we niet zeggen? Eťn manier om deze ideeŽn ze vinden is simpelweg om te kijken naar dingen die mensen zeggen en daarvoor in de problemen komen.[2]

Natuurlijk zoeken we niet alleen naar dingen die we niet mogen zeggen. We zoeken ook naar dingen die waar zijn, of ten minste een voldoende grote kans hebben om waar te zijn dat de vraag open moet blijven. Maar veel van de uitspraken die mensen in de problemen brengen komen meestal over deze tweede, lagere drempel heen. Niemand komt in de problemen als hij zegt dat 2 + 2 gelijk is aan 5, of dat de mensen uit Pittsburg drie meter lang zijn. Zulke uitspraken zouden beschouwd kunnen worden als grappen, of hooguit als bewijs van krankzinnigheid, maar het is onwaarschijnlijk dat ze iemand boos zouden maken. De uitspraken die mensen boos maken zijn de uitspraken waarvan zij bezorgd zijn dat ze geloofd kunnen worden. Ik vermoed dat de uitspraken die mensen het allerboost maken die uitspraken zijn waarvan zij bezorgd zijn dat ze waar zijn.

Als Galileo had gezegd dat de mensen in Padua drie meter lang waren dan zou hij beschouwd zijn als een onschadelijke excentriekeling. Zeggen dat de aarde om de zon draaide was een ander verhaal. De kerk wist dat dit mensen aan het denken zou zetten.

Inderdaad, als we terugkijken op het verleden werkt deze vuistregel goed. Veel van de uitspraken die mensen in de problemen brachten lijken nu onschadelijk. Dus het is waarschijnlijk dat bezoekers uit de toekomst het eens zouden zijn met ten minste een aantal van de uitspraken die mensen tegenwoordig in de problemen brengen. Hebben wij geen Galileos? Dat is onwaarschijnlijk.

Om ze te vinden, moet men de meningen bijhouden die mensen in de problemen brengen, en dan afvragen: zou dit waar kunnen zijn? Ok, het mag dan ketterij zijn (of wat het moderne equivalent daarvan ook is), maar zou het ook waar kunnen zijn?


Ketterij

Dit zal ons echter niet alle antwoorden opleveren. Wat als nog niemand in de problemen is gekomen wegens ťťn of ander idee? Wat als ťťn of ander idee zo radioactief controversieel zou zijn dat niemand het in het openbaar zou durven uitspreken? Hoe kunnen we ook deze ideeŽn vinden?

Een andere aanpak is om dat woord, ketterij, te volgen. In iedere periode van de geschiedenis, lijken er labels te zijn geweest die toegepast werden op uitspraken om ze neer te schieten voordat iemand de kans had gekregen om zich af te vragen of ze waar waren of niet. "Godslastering", "heiligschennis", en "ketterij" waren zulke labels voor een groot deel van de westerse geschiedenis, zoals in recentere tijden "onbeleefd", "ongepast", en "onamerikaans" dat zijn geweest. Tegenwoordig hebben deze labels hun scherpte verloren. Dat gebeurt altijd. Tegenwoordig worden ze voornamelijk ironisch bedoelt. Maar in hun tijd hadden ze echte kracht.

Het woord "defaitist" bijvoorbeeld heeft nu geen specifieke politieke connotaties. Maar in Duitsland in 1917 was het een wapen, gebruikt door Ludendorff in een zuivering van diegenen die een onderhandelde vrede prefereerden. Aan het begin can de Tweede Wereldoorlog werd het in grote mate door Churchill en zijn supporters gebruikt om hun tegenstanders het zwijgen op te leggen. In 1940 was ieder argument tegen Churchills' agressieve beleid 'defaitistisch'. Was het juist of onjuist? Men hoopte dat niemand ver genoeg kwam om zich dat af te vragen.

We hebben natuurlijk ook vandaag de dag zulke labels, zeer veel zelfs, van het algemene "ongepast" tot het gevreesde "verdeeldheid zaaiend". In iedere periode zou het makkelijk moeten zijn om erachter te komen wat zulke labels zijn, simpelweg door te kijken naar hoe mensen de ideeŽn noemen waar ze het niet mee eens zijn, behalve onwaar. Wanneer een politicus zegt dat zijn tegenstander zich vergist, dan is dat een eerlijke kritiek, maar wanneer hij een uitspraak aanvalt met "verdeeldheid zaaiend" of "racistisch" in plaats van te beargumenteren dat die onwaar is, dan zouden we moeten beginnen op te letten.

Dus een andere manier om erachter te komen om welke van onze taboes toekomstige generaties zullen lachen is om met de labels te beginnen. Neem een label -- "seksistisch" bijvoorbeeld -- en probeer sommige ideeŽn te bedenken die zo genoemd zouden kunnen worden. Vraag dan voor elk van deze: zou dit waar kunnen zijn?

Gewoon willekeurige ideeŽn gaan opsommen? Ja, want ze zullen niet echt willekeurig zijn. De ideeŽn die als eerste in gedachten komen zullen de meeste waarschijnlijke zijn. Ze zullen dingen zijn die je al hebt opgemerkt maar niet mocht denken van jezelf.

In 1989 hadden een aantal slimme onderzoekers de oogbewegingen van radiologen bijgehouden terwijl deze rŲntgenfoto's afzochten naar tekenen van longkanker.[3] Zij vonden dat zelfs wanneer de radiologen een kankerlocatie hadden gemist, hun ogen ongewoon lang op die plek waren gestopt. Een deel van hun hersenen wist dat er iets aan de hand was; het borrelde alleen niet helemaal naar boven tot bewuste kennis. Ik denk dat veel interessante ketterse ideeŽn al grotendeels gevormd zijn in onze gedachten. Als we onze zelf-censuur tijdelijk afzetten, dan zullen dit de eerste zijn die verschijnen.


Tijd en ruimte

Als we in de toekomst konden kijken, dan zou het duidelijk zijn welke van onze ideeŽn men zou uitlachen. We kunnen dat niet doen, maar we kunnen bijna iets even goeds doen: we kunnen in het verleden kijken. Een andere manier om erachter te komen waar we ons in vergissen is om te bekijken wat vroeger acceptabel was en nu ondenkbaar is.

Veranderingen tussen het verleden en het heden representeren soms vooruitgang. In een vakgebied als de natuurkunde, is de reden dat we het oneens zijn met vroegere generaties dat wij gelijk hebben en zij ongelijk hadden. Maar dit wordt al gauw minder waar naarmate je je verwijdert van de zekerheid van de exacte wetenschappen. Tegen de tijd dat je bij maatschappelijke kwesties komt, zijn sommige veranderingen slechts mode. De leeftijd van instemming fluctueert als de roklengte.

We kunnen ons voorstellen dat we grotendeels slimmer en deugdelijker zijn dan vorge generaties, maar hoe meer geschiedenis je leest, hoe minder waarschijnlijk dat lijkt. Mensen in vroegere waren net als ons. Noch helden, noch barbaren. Wat hun ideeŽn ook waren, ze waren ideeŽn die redelijke mensen konden geloven.

Dus hier is nog een bron van interessante ketterijen. Diff huidige ideeŽn met die van verschillende culturen uit het verleden en zie wat je krijgt.[4] Sommige daarvan zullen choquerend zijn naar huidige maatstaven. Ok, prima; maar welke daarvan zouden ook waar kunnen zijn?

Je hoeft niet in het verleden te kijken om grote verschilen te vinden. In onze tijd, hebben verschillende maatschappijen wild variŽrende ideeŽn over wat ok is en wat niet. Dus je kunt proberen om andere culturen tegen de onze te vergelijken. (De beste manier om dat te doen is om ze te bezoeken.)

Je zou tegenstrijdige taboes kunnen vinden. In ťťn cultuur kan het choquerend zijn om x te denken, terwijl in een andere het niet choquerend zou zijn. Maar ik denk dat de schok meestal aan een kant zit. Mijn hypothese is dat de zijde die gechoqueerd is degene is die het waarschijnlijkst ongelijk heeft.[5]

Ik vermoed dat de enige taboes die meer dan taboes zijn diegenen zijn die universeel zijn, of bijna universeel. Moord bijvoorbeeld. Maar ieder idee dat onschadelijk wordt beschouwd in een significant percentage van tijden en plaatsen, en toch taboe is in de onze, is een goede kandidaat voor iets waarover we ons vergissen.

Bijvoorbeeld: als het hoogtepunt van politieke correctheid begin jaren 1990, distribueerde de Universiteit van Harvard aan haar faculteiten en medewerkers een brochure die ondere andere zei dat het ongepast was om een collega of student te complimenteren met diens kleding. "Leuk t-shirt" was voortaan uit den boze. Ik denk dat dit principe zeldzaam is onder de culturen van de wereld, in het heden of verleden. Er zijn er waarschijnlijk meer waar het bijzonder beleefd wordt beschouwd om iemands kleding te complimenteren, dan waar het als ongepast wordt beschouwd. Dus de kans is groot dat dit, in een milde vorm, een voorbeeld is van ťťn van de taboes, die een bezoeker uit de toekomst oplettend zou moeten vermijden, als hij zijn tijdmachine zou instellen op Cambridge, Massachusetts, 1992.


Betweters

Natuurlijk, als ze tijdmachines in de toekomst hebben, zullen ze waarschijnlijk een aparte handleiding speciaal voor Cambridge hebben. Dit is altijd een lastige plaats geweest, een stad van mierenneukers en muggenzifters, waar de kans groot is dat zowel je grammatica als je ideeŽn in hetzelfde gesprek gecorrigeerd worden. En dat suggereert een andere manier om taboes te vinden. Zoek naar betweters, en kijk wat in hun hoofden zit.

De hoofden van kinderen zijn opslagplaatsen van al onze taboes. We vinden het gepast dat de ideeŽn van kinderen zuiver en onvervuild zijn. Het beeld dat we ze geven van de wereld is niet slechts versimpeld om geschikt te zijn voor hun ontwikkeldende geesten, maar ook gezuiverd, om te passen bij onze ideeŽn over wat kinderen zouden moeten denken.[6]

De hoofden van kinderen zijn opslagplaatsen van al onze taboes.
Je kunt dit op kleine schaal zien in de kwestie van vieze woorden. Veel van mijn vrienden beginnen nu kinderen te krijgen, en ze proberen nu allemaal om niet woorden als "fuck" en "shit" te gebruiken in het bijzijn van de baby, om te voorkomen dat de baby ook deze woorden begint te gebruiken. Maar deze woorden zijn een deel van de taal, en volwassenen gebuiken ze de hele tijd. Dus ouders geven hun kinderen een onnauwkeurig beeld van de taal door niet deze woorden te gebruiken. Waarom doen ze dit? Omdat ze denken dat het passend is dat kinderen niet de hele taal moeten gebuiken. We willen graag dat kinderen ontschuldig lijken.[7]

De meeste volwassenen geven eveneens kinderen opzettelijk een misleidend beeld van de wereld. Eťn van de meest voor de hand liggende voorbeelden is de Kerstman. We denken dat het schattig is dat kleine kinderen in de Kerstman geloven. Ik denk zelf dat het schattig is voor kleine kinderen om in de kerstman te geloven. Maar ik vraagt me af, vertellen we hen dit soort dingen terwille van hen, of terwille van ons?

Ik pleit hier niet voor of tegen dit idee. Het is waarschijnlijk onvermijdelijk dat ouders de gedachten van hun kinderen willen aankleden in schattige kleine babykleertjes. Ik doe het waarschijnlijk zelf ook. Het belangrijkste ding voor onze doeleinden is dat als een resultaat hiervan, de hersenen van een goed opgevoede tiener een min of meer volledige verzameling van al onze taboes is -- en in perfecte staat, omdat die onbezoedeld zijn door ervaring. Iets waarvan we vermoeden dat het later belachelijk zal blijken, zit bijna zeker in dat hoofd.

Hoe komen we bij deze ideeŽn? Door het volgende gedachtenexperiment. Stel je een soort modern Conrad personage voor die een tijd als een huurling in Afrika heeft gewerkt, een tijd als een arts in Nepal, een tijd als de manager van een nachtclub in Miami. De details doen er niet toe -- het gaat gewoon om iemand die veel gezien heeft. Vergelijk nu wat in zijn hoofd zit met een fatsoenlijk zestienjarig meisje uit een buitenwijk. Wat denkt hij dat haar zou choqueren? Hij kent de wereld; zij kent, of vertegenwoordigt in ieder geval, de huidge taboes. Trek het een van het andere af, en wat overblijft is wat we niet mogen zeggen.


Het mechanisme

Ik kan nog een manier bedenken om erachter te komen wat we niet mogen zeggen: door te kijken naar hoe taboes gecreŽerd worden. Hoe ontstaat morele mode, en waarom wordt deze overgenomen? Als we dit mechanisme kunnen begrijpen, dan kunnen we de werking daarvan misschien herkennen in onze eigen tijd.

Morele mode wordt niet op dezelfde manier als gewone mode gecreŽerd. Gewone mode onstaat per ongeluk wanneer iemand de grillen van een invloedrijke persoon imiteert. De mode voor brede schoenen in de late vijftiende eeuw in Europa begon omdat Karel de VIIIde van Frankrijk zes tenen op een voet had. De popularieit van de naam Gary begon toen de acteur Frank Cooper de naam aannam van een oud stadje in Indiana. Morele mode lijkt vaker opzettelijk gecreŽerd te worden. Wanneer er iets is dat we niet mogen zeggen, dan is het vaak omdat een bepaalde groep niet wil dat wij dat doen. Het verbod zal het sterkst zijn wanneer de groep nerveus is. De ironie van de situatie van Galileo is dat hij in de problemen kwam door het herhalen van de ideeŽn van Copernicus. Copernicus zelf kwam niet in de problemen. Copernicus zelf was een domheer van een kathedraal, en droeg zijn boek op aan de Paus. Maar in de tijd van Galileo zat de kerk in de crisis van de Contra-Reformatie en was meer bezorgd over onorthodoxe ideeŽn.

Om een taboe tot stand te brengen, moet een groep halverwege tussen zwakheid en macht gebalanceerd zijn. Een zelverzekerde groep heeft geen taboes nodig. Het wordt niet als ongepast beschouwd om negatieve opmerkingen te maken over Amerikanen, of over de Engelsen. En toch moet een groep machtig genoeg zijn om een taboe te handahaven. Coprofielen zijn, ten tijde van dit schrijven, niet in voldoende grote aantallen of voldoende energiek om hun interesses tot een levenstijl te laten verheffen.

Ik vermoed dat de grootste bron van morele taboes machtsstrijden zullen blijken te zijn waarin ťťn zijde nauwelijks de bovenhand heeft. Dat is waar je een groep zult vinden die machtig genoegd is om taboes te handhaven, maar zwak genoeg is dat ze die taboes nodig heeft.

De meeste machtsstrijden, waar ze ook over gaan, zullen worden gepresenteerd als een strijd tussen concurrerende ideeŽn. De Engelse reformatie was fundamenteel een strijd om welvaart en macht, maar werd uiteindelijk gepresenteerd als een strijd om de zielen van de Engelsen te behoeden tegen de corrumperende invloed van Rome. Het is makkelijker om mensen tot vechten aan te zetten om een idee. En welke kant ook wint, ook hun ideeŽn zullen beschouwd worden als overwinnend, alsof God zijn instemming wilde aangeven door die zijde als de overwinnaar te selecteren.

We stellen ons graag de Tweede Wereldoorlog voor als een overwinning van vrijheid over totalitarisme. We vergeten daarbij gemakszuchtig dat de Soviet Unie ook ťťn van de overwinnaars was.
We stellen ons graag de Tweede Wereldoorlog voor als een overwinning van vrijheid over totalitarisme. We vergeten daarbij gemakszuchtig dat de Soviet Unie ook ťťn van de overwinnaars was.

Ik zeg niet dat machtsstrijden nooit over ideeŽn gaan, slechts dat ze altijd zullen worden gepresenteerd alsof ze over ideeŽn gaan, of ze daarover gaan of niet. En net als niets zo onmodieus is als de laatste, afgedankte mode, is niets zo onjuist als de principes van de meest recentelijk verslagen tegenstander. Representaionele kunst is nu pas aan het herstellen van de goedkeuring van zowel Hitler als Stalin.[8]

Howel de mode van ideeŽn geneigd is om uit andere bronnen te ontstaan dan die van kledingmode, lijkt het mechanisme van hun overname grotendeels hetzelfe. De early adopters zullen door ambitie gedreven zijn: zelf-bewust coole mensen die zich van de grote kudde willen onderscheiden. Naarmate de mode gevestigd is, zal een tweede, nog grotere groep, zich bij hen voegen, gedreven door angst.[9] Deze tweede groep neemt de mode over, niet omdat ze zich van de groep willen onderscheiden, maar omdat ze bang zijn om zich van de groep te onderscheiden.

Dus als je erachter wilt komen wat we niet mogen zeggen, kijk dan naar de machinerie van mode en probeer te voorspellen welke dingen de mode onzegbaar zou maken. Welke groepen zijn machtig maar nerveus, en wat voor ideeŽn zouden ze graag willen onderdrukken? Welke ideeŽn zijn beschadigd door associatie toen zij een recente strijd hadden verloren? Als een zelf-bewust coole persoon zichzelf zou willen differentiŽren van voorgaande mode (bijv. van zijn ouders), welke van hun ideeŽn zou hij waarschijnlijk afwijzen? Wat zijn conventioneel-denkende mensen bang om te zeggen?

Deze methode zal ons niet alle dingen vinden die we niet mogen zeggen. Ik kan een aantal dingen bedenken die niet het resultaat zijn van een recente strijd. Veel van onze taboes zijn diep in het verleden geworteld. Maar deze aanpak, gecombineerd met de vorige vier, zal een groot aantal ondenkbare ideeŽn opleveren.


Waarom

Sommigen zouden vragen: waarom zou men dit willen doen? Waarom zou men opzettelijk rondspitten tussen onprettige, onrespectabele ideeŽn? Waarom zou men onder stenen moeten kijken?

Ik doe het, ten eerste, om dezelfde reden dat ik als klein jongetje onder stenen keek: simpele nieuwsgierigheid. En ik ben bijzonder nieuwsgierig over alles wat verboden is. Laat me kijken en zelf beslissen.

Ten tweede, doe ik het omdat ik niet van het idee houd dat ik me ergens in vergis. Als we, net als andere tijdperken, dingen geloven die later belachelijk zullen lijken, wil ik weten wat ze zijn zodat in ieder geval ik kan voorkomen dat ik in hen geloof.

Ten derde doe ik het omdat het goed voor je hersenen is. Om goed werk te verrichten heb je hersenen nodig die overal heen kunnen gaan. En je hebt vooral hersenen nodig die gewend zijn om te gaan waar het niet mag.

Grote werken groeien vaak uit ideeŽn die anderen over het hoofd hebben gezien, en geen idee wordt zo over het hoofd gezien als een idee dat ondenkbaar is.
Grote werken groeien vaak uit ideeŽn die anderen over het hoofd hebben gezien, en geen idee wordt zo over het hoofd gezien als een idee dat ondenkbaar is. Natuurlijke selectie, bijvoorbeeld. Waarom had niemand hier eerder aan gedacht? Welnu, dat is overduidelijk. Darwin zelf was voorzichtig om de implicaties van zijn theorie te vermijden. Hij wilde zijn tijd besteden aan het denken over biologie, niet ruziŽn met mensen die hem beschuldigden van atheÔsme.

Vooral in de exacte wetenschappen is het een groot voordeel wanneer men in staat is om assumpties in twijfel te trekken. Dat is precies de modus operandi van wetenschappers, of in iedere geval de goeden onder hen: zoek naar plaatsen waar de conventionele kennis gebroken is, en probeer dan de barsten open te breken en te kijken wat eronder ligt. Dat is waar nieuwe theorieŽn vandaan komen.

Met andere woorden, een goede wetenschapper negeert niet alleen conventionele kennis, maar hij doet bijzondere moeite om die te breken. Wetenschappers zoeken opzettelijk problemen op.

Dit zou de modus operandi van iedere onderzoeker moeten zijn, maar exacte wetenschappers lijken meer bereid zijn om onder stenen te kijken.

Waarom? Het zou kunnen zijn dat wetenschappers simpelweg slimmer zijn; de meeste natuurkundigen zouden, als dat nodig was, door een Ph.D. programma in Franse literatuur heenkomen, maar weinig professoren van Franse literatuur zouden door een Ph.D. programma in natuurkunde heenkomen.[10] Of het zou kunnen zijn omdat het duidelijker is in de exacte wetenschappen of theorieŽn waar of onwaar zijn, en dit maakt wetenschappers stoutmoediger. (Of het zou kunnen zijn dat omdat het duidelijker is in de exacte wetenschappen of theorieŽn waar of onwaar zijn, je slim moet zijn om een baan moet krijgen als een wetenschapper, in plaats van slechts een goede politicus te zijn.)

Wat de reden ook is, er lijkt een duidelijke correlatie te bestaan tussen intelligentie en de bereidheid om choquerende ideeŽn te beschouwen. Dit is niet alleen omdat slimme mensen actief bezig zijn om gaten te vinden in het conventionele denken. Ik denk ook dat gewoonten hoe dan ook minder houvast op hen hebben. Je kunt dit zien op de manier waarop ze zich kleden.

Het is niet alleen in de wetenschap dat ketterij loont. In ieder concurrerend vakgebied, kun je rijk worden door dingen te zien die anderen niet zien. En in ieder gebied zijn er waarschijnlijk ketterijen die weinigen durven te uiten. Binnen de Amerikaanse autoindustrie is er nu een heleboel bezorgdheid over dalend marktaandeel. Maar de oorzaak is zo duidelijk dat iedere observerende buitenstaander het in een seconde kan uitleggen: ze maken slechte auto's. En dit hebben ze zo lang gedaan dat Amerikaanse auto's tegenwoordig anti-merken zijn -- een reden om een dergelijke auto niet te komen, in plaats van wel te kopen. Caddilac is sinds ongeveer 1970 niet meer de Cadillac onder de auto's. En toch vermoed ik dat niemand dit durft te zeggen.[11] Anders zouden deze bedrijven geprobeerd hebben om het probleem op te lossen.

Jezelf trainen om ondenkbare gedachten te denken heeft voordelen buiten de gedachten zelf. Het is net als streching. Wanneer je strecht voor het rennen, plaats je je lichaam in posities die extremer zijn dat die het tijdens het rennen zal annnemen. Als je dingen kan denken die zo outside the box zijn dat ze de haren van mensen overeind laten staan, dan zul je geen problemen hebben met de kleine excursies outside the box die mensen innovatief noemen.



John Milton
Pensieri Stretti

Wanneer je iets vindt dat je niet mag zeggen, wat doe je er dan mee? Mijn advies is: zeg het niet. Of in ieder geval: kies de geschikte situaties uit.

Stel je voor dat er in de toekomst een beweging is die de kleur geel wil uitbannen. Voorstellen om iets geel te schilderen worden uitgemaakt voor 'geelistisch', dezelde term die gebruikt wordt voor iedereen die verdacht wordt van het houden van die kleur. Mensen die van oranje houden worden getolereerd, maar worden als verdacht beschouwd. Stel je voor dat je je realiseert dat er niets mis is met geel. Als je dit rondvertelt, zul je ook worden uitgemaakt voor geelist, en zul je vinden dat je veel ruzies krijgt met anti-geelisten. Als je doel in het leven is om de kleur geel te rehabiliteren, dan kan dit zijn wat je wilt. Maar als je grotendeels geÔnteresseerd bent in andere kwesties, dan zal het feit dat je gelabeld bent als een geelist slechts een afleiding zijn. Als je ruziet met idioten, dan word je een idioot.

Het belangrijkste is dat je in staat bent om te denken wat je wil, niet zeggen wat je wil. En als je voelt dat je je alles moet zeggen wat je denkt, dan kan dit je belemmeren in het denken van ongepaste gedachten. Trek een scherpe lijn tussen je gedachten en je woorden. In je hoofd is alles toegestaan. In mijn hoofd maak ik er een punt van om de meest belachelijke gedachten die ik kan voorstellen aan te moedigen. Maar net als in een geheim genootschap, moet niets wat aan de binnenkant van het gebouw gebeurt aan buitenstaanders verteld worden. De eerste regel van Fight Club is: je praat niet over Fight Club.

Wanneer Milton van plan was om ItaliŽ te bezoeken in de jaren 1630, vertelde Sir Henry Wootton, die ambassadeur was in VenetiŽ, hem dat zijn motto zou moeten zijn "i pensieri stretti & il viso sciolto." Gesloten gedachten een open gezicht. Glimlach naar iedereen, en vertel ze niet wat je denkt. Dit was een wijs advies. Milton was een argumentatieve man, en de Inquisitie was een beetje koppig in die tijd. Maar ik denk dat het verschil tussen Milton's situatie en de onze slechts een mate van gradatie is. Iedere tijdperk heeft zijn ketterijen, en als je er niet voor gevangen gezet wordt, dan zal het je in ieder geval in genoeg problemen brengen dat het een volledige afleiding wordt.

Ik geef toe dat het laf lijkt om stil te blijven. Wanneer ik lees over de kwellingen die de Scientologen hun critici aandoen[12], of over mensen die als anti-Semitisch worden gebrandmerkt wegens het zich uitspreken tegen de IsraŽlische mensenrechtenschendingen[13], of over wetenschappers die worden gevangengezet wegens het schenden van de DMCA[14], wil een deel van mij zeggen "Ok, jullie klootzakken, kom maar op." Het probleem is, er zijn zoveel dingen die je niet mag zeggen. Als je ze allemaal zou zeggen dan zou je geen tijd meer hebben voor je echte werk. Je zou in Noam Chomsky moeten veranderen.[15]

Het probleem met het geheimhouden van je gedachten is echter dat je de voordelen van discussie mist. Praten over een idee leidt tot meer ideeŽn. Dus het optimale plan is, als je dat lukt, om een aantal vertrouwde vrienden te hebben waar je openlijk tegen kunt spreken. Dit is niet alleen een goede manier om ideeŽn te ontwikkelen; het is ook een goede vuistregel om vrienden te kiezen. De mensen waartegen je ketterijen kunt zeggen zonder aangevallen te worden zijn ook de meest interessante mensen om te kennen.


Viso Sciolto?

Ik denk niet dat we het viso sciolto even hard nodig hebben als de pensieri stretti. Misschien is de beste beleid om duidelijk te maken dat je het oneens bent met het zelotisme dat speelt in de huidige tijd, maar om niet al te specifiek te zijn waar je het oneens mee bent. Zeloten zullen je proberen uit te lokken, maar je hoeft ze niet te beantwoorden. Als ze proberen om je te dwingen om een vraag te behandelen op hun termen, door te vragen "ben je voor ons of tegen ons?" kun je altijd antwoorden "geen van beide".

Zeloten, wat hun beweegredenen ook zijn, hebben altijd een gebrek aan humor.
Nog beter, antwoord: "Ik heb nog niet beslist." Dat is wat Larry Summers deed wanneer een groep hem in deze positie probeerde te plaatsen. Toen hij zichzelf later verklaarde, zei hij: "Ik doe niet aan lakmoesproeven."[16] Veel van de kwesties waar mensen boos over worden zijn eigenelijk zeer ingewikkeld. Er is geen prijs voor het snel vinden van een antwoord.

Als de anti-geelisten uit de hand beginnen te lopen, en je terug wilt vechten, zijn er altijd manieren om dit te doen zonder de beschuldiging te krijgen dat je zelf een geelist bent. Net als tirailleurs in een leger uit de Oudheid, wil je voorkomen om het hoofdgedeelte van de troepen van de vijand aan te vallen. Het is beter om hen met pijlen van een afstand aan te vallen.

Een manier om dit te doen is om het debat ťťn niveau van abstractie op te krikken. Als je tegen censuur in het algemeen pleit, dan kun je voorkomen dat je beschuldigd wordt van de ketterij in het boek of de film die iemand wil censureren. Je kunt labels aanvallen met meta-labels: labels die verwijzen naar het gebruik van labels om discussie te voorkomen. Het verspreiden van de term "politieke correctheid" betekende het einde van politieke correctheid, omdat het mensen in staat stelde om het fenomeen als geheel aan te vallen, zonder beschuldigd te worden van een van de specifieke ketterijen die politieke correctheid probeerde te onderdrukken.

Een andere manier om een tegenaanval te doen is met met metaforen. Arthur Miller ondermijnde de House Un-American Activities Committee door een toneelstuk te schrijven, The Crucible, over de Salem heksenjachten. Hij verwees nooit direct naar de het comitť en gaf hen dus geen manier om te antwoorden. Wat kon HUAC doen, de Salem heksenjachten verdedigen? En toch bleven de metaforen van Miller zo goed steken dat tot de dag van vandaag de activiteiten van het comitť vaak beschrieven worden als een "heksenjacht".

Het beste van allemaal is waarschijnlijk humor. Zeloten, wat hun beweegredenen ook zijn, hebben altijd een gebrek aan humor. Ze kunnen niet op een soortgelijke manier op grappen reageren. Ze zijn net zo ongelukkig op het gebied van humor als een ridder te paard op een schaatsbaan. Preutsheid uit het Victoriaanse tijdperk lijkt bijvoorbeeld overwonnen te zijn door het voornamelijk als een grap te behandelen. Zo ook met de reÔncarnatie ervan in de vorm van politieke correctheid. "Ik ben zo blij dat ik 'The Crucible' had geschreven", schreef Arthur Miller, "maar als ik erop terugkijk had ik vaak gewenst dat ik de dapperheid had om een absurde komedie te maken, aangezien dat is wat de situatie verdiende."[17]


Wees altijd vragend

Een Nederlandse vriend zegt dat ik Holland moet nemen als een voorbeeld van een tolerante maatschappij. Het is waar dat ze een lange geschiedenis hebben van relatieve tolerantie. Eeuwenlang zijn de lage landen de plaats geweest waar je naartoe moest gaan om dingen te zeggen die je nergens anders kon zeggen, en dit droeg bij aan het omvormen van deze regio in een centrum van onderzoek en handel (die langer sterk verbonden zijn geweest dan de meeste mensen zich realiseren). Descartes -- ook al maken de Fransen aanspraak op hem -- deed veel van zijn denken in Holland.

En toch twijfel ik. De Nederlanders lijken tot hun nek in wetten en regels te leven. Er is zo veel dat je daar niet mag doen; is er echt niets dat je niet mag zeggen?

Natuurlijk is het feit dat ze tolerantie waarderen geen garantie. Wie denkt dat hij niet tolerant is? Ons hypothetische preutse meisje uit de buitenwijk denkt dat ze tolerant is. Heeft zij niet geleerd om dat te zijn? Vraag het aan iedereen, en ze zullen hetzelfde zeggen: ze zijn best wel tolerant, ook al trekken ze de grens bij dingen die echt onjuist zijn.[18] Met andere woorden: alles is ok behalve dingen die dat niet zijn.

Wanneer mensen slecht zijn in wiskunde, dan weten ze dat, omdat ze de verkeerde antwoorden krijgen op tests. Maar wanneer mensen slecht zijn in tolerantie weten ze het niet. In feite denken ze meestal het tegendeel. Het zou anders niet werken. Mode lijkt niet op mode voor iemand die er midden in zit. Het lijkt gewoon goed. Het is alleen door er van een afstand naar te kijken dat we schommelingen zien in de ideeŽn van mensen over goedheid en deze kunnen identificeren als modeveranderingen.

Tijd geeft ons gratis zulke afstand. De komst van nieuwe mode vergemakkelijkt inderdaad het herkennen van oude mode, omdat die er zo belachelijk uitziet in vergelijking met de nieuwe. Vanuit ťťn uiteinde van de pendulebeweging, lijkt het andere uiteinde ver weg.

Mode herkennen in je eigen tijd vereist echter een bewuste inspanning. Zonder tijd om je afstand te geven, moet je zelf die afstand creŽeren. In plaats van een onderdeel te vormen van de massa, moet je zo ver mogelijk ervan vandaan staan als je kan, en kijken naar wat de massa doet. En let vooral op wanneer een idee wordt onderdrukt. Web filters voor kinderen en werknemers verbieden vaak sites die pornografie, geweld en haatspraak bevatten. Wat telt als pornografie en geweld? En wat is precies 'haatspraak'? Dit klinkt als een term uit 1984.

Zulke labels zijn waarschijnlijk de grootste externe aanwijzing. Als een uitspraak onwaar is, is dat het ergste wat je ervan kan zeggen. Je hoeft niet te zeggen dat het ketterij is. En als die waar is hoeft die niet onderdrukt te worden. Dus wanneer je uitspraken ziet die worden aangevallen met "x-istisch" of "y-achtig" (subsituteer je huidige waarden voor x en y), of dit nu in 1630 of in 2030 gebeurt, dan is dat is een zeker teken dat er iets mis is. Wanneer je hoort dat zulke labels gebruikt worden, vraag jezelf dan af waarom.

Hackers and Painters Vooral waneer je hoort dat je ze zelf gebruikt. Je moet niet alleen leren de massa van een afstand te beschouwen. Je moet in staat zijn om je eigen gedachten van een afstand te beschouwen. Dat is niet een radicaal idee, overigens; het is het grootste verschil tussen kinderen en volwassenen. Wanneer een kind boos wordt omdat hij moe is, weet hij niet wat er gebeurt. Een volwassene kan zichzelf zodanig distantiŽren van de situatie dat hij kan zeggen "het maakt niet uit, ik ben gewoon moe." Ik zie niet waarom men niet, met een soortgelijk proces, zou kunnen leren om de effecten van morele mode te herkennen en negeren.

Je moet die extra stap nemen als je helder wilt denken. Maar dat is moeilijker, omdat je nu tegen de gewoonten van de maatschappij ingaat, in plaats van ze over te nemen. Iedereen moedigt je aan om op te groeien tot het punt waarop je je eigen slechte humeur kunt negeren. Weinigen moedigen je aan om verder te gaan tot het punt waarop je het slechte humeur van de maatschappij kunt negeren.

Hoe kun je de golf zien, wanneer je zelf het water bent? Wees altijd vragend. Dat is de enige verdediging. Wat mag je niet zeggen? En waarom?

Paul Graham

Paul Graham is een essayist, programmeur, en libertariŽr. In 1995 ontwikkelde hij samen met Robert Morris de eerste web-gebaseerde applicatie, Viaweb, die in 1998 voor $49 miljoen door Yahoo! werd gekocht. In 2002 beschreef hij een simpel Bayesiaans spamfilter dat aan de basis ligt van de meeste huidige filters. Paul Graham heeft een A.B. in filosofie van Cornell, een Ph.D. in informatica van Harvard, en heeft schilderkunst gestudeerd bij RISD en de Accademia di Belle Arti in Florence. Zijn essay What You Can't Say, tezamen met 14 andere essays zijn te vinden in zijn boek Hackers & Painters: Big Ideas From the Computer Age, waarvan een groot aantal ook op zijn site is te lezen.

Vertaald door MeerVrijheid.


Gerelateerde links:
- Voetnoten bij dit essay
- Andere essays van Paul Graham



Plaats reactie - 10 reactie(s):

06-jun-2005    den belg - lucschoofsGEEN@SPAMhotmail.com

vreemd, vreemd, vreemd. Maar ik heb zo een gevoel dat Mr Graham de laatste maanden stiekem in mijn innerlijke gedachtengang heeft zitten "strollen" en dan uitgeschreven in een essayvorm.
Of bestaat er zoiets als "the libertarian sixth sense" die over de eeuwen en grenzen heen een telepatisch netwerk verzorgt ?
Ik denk het wel. Nog vorige week bracht deze onverklaarbare kracht mij in direct contact met iemand met sociaal-democratische ideeŽn die behoorlijk wat libertarisch gedachtengoed inhouden. Toch kende deze (politiek activist) niet echt het libertarisme, noch de namen Von Mises, Ayn rand, Molinari, ea. Uiteraard heb ik de persoon op het goede spoor gezet. We kunnen niet genoeg "gelijken" of " equal mind sharing people" hebben om uiteindelijk de libertarische community te verwezenlijken.


06-jun-2005    Quirium

Die sixth sense bestaat. Er is dan wel een gast als Paul Graham nodig om zulke gedachtengangen treffend te verwoorden. biootje lezen, is niet de eerste de beste dat Pauleke.


06-jun-2005    Carlos

Herkenbaar en boeiend artikel. Van het begin tot het eind.


06-jun-2005    Renť

Een suggestie voor de vertaling. Zinnen als "Maar het is moeilijker, omdat je nu tegen sociale gewoonten in aan het werken bent, in plaats van in overeenstemming met hen." Dit loopt niet echt lekker. Er zijn meer van dit soort zinnen. Als het wat vrijer wordt vertaald, loopt het al snel wat vloeiender.


06-jun-2005    Betaman

Rene, kom jij soms uit Cambridge, Massachusetts?


06-jun-2005    JSK

Nou Betaman, ik wťťt dat beta's degelijk kunnen schrijven als "week alfa gezeur" maar dat de vertaling wat matig is doet echt af van het overbrengen van de boodschap.


07-jun-2005    Renť

Betaman schrijft: "Rene, kom jij soms uit Cambridge, Massachusetts?"

Eh, nee, hoezo?


07-jun-2005    Mike Madison

Applaus voor diegene die dit heeft vertaald!!

Maar mij helaas te langdradig...


07-jun-2005    Meeeh

Heel, heel erg herkenbaar.


07-jun-2005    Meeeh

Culturele of politieke modeverschijnselen zul je altijd wel hebben. Iemand die zijn nek uitsteekt voor een nieuwigheid, tegen een misstand, vindt zijn mode-ideaal wel degelijk belangrijk als een toekomstige. Mode, maar dan wel realisme, kan best. Dat het werkelijk zo is dat je zonder draconische geloofsdwang bijvoorbeeld gelukkiger bent.

Bijgevolg kan ik hen aan wie wij zo ontzettend veel te danken hebben, dus op grond hiervan allerminst een nerd noemen, maar een trendsetter, of een poging daartoe. Net als in de popmuziek, slaagt maar een uiterst klein deel denk ik, de rest blijft gefrustreerd achter.

Het gaat er om wat voor iemand het zegt, en dus of hij of zij mensen zich met hem of haar kan laten identificeren!! Qua Galileo en Calvijn en dergelijke spreek je toch van mensen waar de gewone burger in die tijd nauwelijks de middelen had om hun beweringen te checken, en nog veel onvrijer dan nu. Die denken dus wel 10 keer na voordat ze daar openlijk achteraan hobbelen. Ik vind in de huidige tijd de manier waarop je overkomt, presentatie, dus veruit belangrijker, en of je het in het juiste oor fluistert niet te vergeten, of zorgt, mazzel hebt, dat je opgemerkt wordt door de juiste! Als we willen zijn we veel vrijgevochtener en beter geÔnformeerd.

Ik ben het er wel mee eens, dat als het tegen gevestigde belangen schopt, dat je dan automatisch moet voorbereid zijn op een heftige confrontatie. Reken maar dat dat ingecalculeerd is en dat die mensen dus offerbereid zijn.

En die confrontatie, wanneer is die het waard? Als je zo'n ideaal tot je way of life wilt laten zijn waar je kan, als je verder weinig escapes naar geluk hebt (huisje boompje beestje, vrijheid, geld en vreten, nestwarmte, sex, liefde, partner, achterban waar je verantwoording aan schuldig bent, gebonden aan bent of verantwoordelijk voor). Een trendsetter steekt eerder zijn nek uit volgens mij als B, C, D, E, of F geen escapes zijn voor een A waar die ontevreden over is. Conditionering qua cultuur over wat belangrijk is (democratie, geloof...) is natuurlijk een pre.

Past de bode van het impopulaire nieuws in de maatschappij? Waarom vindt die iets belangrijker? Deels zijn eigen problemen of uit compassie voor anderen die onder een juk zuchten? Past hij niet, dan is het een zonderling, heeft hij geen status, dan heeft hij geen blijk gegeven dat zijn systeem voor hemzelf werkt. Als Fortuyn een schlemiel was geweest, vergeet maar dat hij boven elke willekeurige kraker was uitgestegen en bigger than life was geworden in zijn uitstraling. Zo staat ook zo'n Dalai Lama, Gandhi, behoorlijk "boven" het leven door het ogenschijnlijk niet echt nodig te hebben waar een ander zich alsmaar gehecht voelt aan allerlei geneugten en chagerijnig wordt zonder. Deze mensen zijn niet chagerijnig van binnen omdat ze van binnen zich gezuiverd hebben en niet langer hoeven te vluchten in genot. Levensenergie kan namelijk geen ontevredenheid geven, alleen de tegenslag t.o.v. plannetjes.

Een bepaalde mening kan hen WEL schelen, en het kan hen WEL schelen als dat de nieuwe mode wordt.

Ik kŠn Calvijn, Galileo, de Franse Revolutionairen, de verbrande ketters, Jim Garrison (JFK) en vele anderen niet zien als nerds. Velen van deze mensen hadden huisje boompje beestje, ťn een zekere status. Diegene van het planetarium in Franeker deed handwerk iets met wol, en een van de grootste publicist over het 16e eeuwse tolerantiedebat sleep raderen als werk. Deels dus hobbyisten met een "interessante hobby" en dus op grond daarvan makkelijk als monomaan te zien of zo, of hobby-idioot die verder alles secundair vindt. Lenin had letterlijk een broertje dood aan de Tsaar, dus frustratie van onderdrukking is ook een goeie reden om flink het accent te leggen op een ideaal. Dat is niet per definitie het geval. Men kan er ook zijn geluk in zoeken, of erkenning die men elders mist.

Als dit dus nerds zijn, ben ik dus een sub-human nerd want ik heb alleen (huur)huisje, ben single, ook nog eens man, dus vrijgezellig. Klopt ook wel aardig, maar zonder dat iemand dat bij mij thuis heeft gezien, wordt dat er al als een vooroordeel uitgeflapt. Door mensen die ik ook maar geen hint heb gegeven in die richting, waar ik me netjes heb gekleed e.d.. maar geen pak en auto heb. Geen vriendin hebben is al voldoende.

Ben ik er dan zo eentje? Ja. Bereid om voor een ideaal klappen te incasseren. Ik werk bij een semi-overheidsinstelling alweer ruim 5 jaar. Mijn conditionering is er een van pesten en gepest worden, en dus leven en geleefd worden. Wie het ook zegt, ze kunnen wat van me terugverwachten, liefst naar wat zich boven mij denkt te stellen en van daaruit dan wel neertrappend is en minachtend, anders niet.

Ik heb daar genoeg gezien om alles van het libertarisme inmiddels te kunnen bevestigen.
In de tijd dat het nog een monopolist was, kreeg het een subsidie, een prestatie-subsidie weliswaar. De instelling deed het "goed", d.w.z. kwam uit met het toen nog vrij ruime budget. Het hield over, zodanig dat er steeds meer geld werd opgespaard. Dat had moeten worden afgedragen. Via boekhoud-trucs, weliswaar goedgekeurd door accountants, kon men dus dat voorkomen en volgend jaar niet echt de prikkel hebben om erg snel of veel te veranderen.

Toen de markt werd vrijgegeven, kwamen de klantvriendelijkheidsprojecten vanuit het niets opzetten. Toevallig he? Het marktaandeel zakte te licht om zich zorgen te maken, maar men wist toen al wel dat er verandering moest komen. Trouwens alle directeuren komen uit de linkse wereld. Dit gedoe houdt elkaar dus in stand. Nu is het hek van de dam (gelukkig) en de veranderingen zijn snel en ingrijpend.

Een stuk oud zeer dat NU eindelijk eens aan het licht komt is de interne communicatie. Die kost mij gemiddeld 2 uur per dag, want in de vroegere traagheid en vanzelfsprekendheid kon je via wandelgangen alles te weten komen op z'n tijd, maar deze ongestructureerde jan boeren fluitjes manier houdt de veranderingen met geen mogelijkheid meer adequaat bij en dus komt die nu eindelijk, gelukkig, als een serieuze bottleneck aan het licht. Nu nog is het op z'n janboeren fluitjes, ongestructureerd. Op dit gebied ben ik de nerd die (zie artikel) zijn nek heeft uitgestoken naar hogerhand, en er zijn baan aan heeft verbonden, openlijk. Dit gaat beter of ik ga hier niet langer dit deel van mijn tijd aan vergooien, daar komt het ruwweg op neer. Ik geef het een paar maanden, heb ik gezegd.

Het meeste van mijn werkinformatie komt als volgt: rookpauzes, wandelgangen overig, verrassingen vooraf zonder aanknopingspunt wie wat doet, verrassingen achteraf via commentaar, zijdelingse "o ja enne" opmerkingen of "wist je dat niet?". Ik heb er genoeg van. Continu tegen een stroom van door anderen veroorzaakte ellende in zwemmen en zelf allerlei geruchten te dubbelchecken, tot hun ware proporties terug te brengen nota bene eentje over een verandering van afdelingen, hoofden en dergelijke! Deze oude manier houdt de markt met geen mogelijkheid op adequate wijze bij. Alles gonst van deze problematiek en het is bij enige analyse dť bron van narigheid.

Waarom durft niemand dit eens patsboem aan hogerhand te vertellen? Omdat deze mensen nog geluk hebben in escapes B, C, D, E, F, G etc in hun thuissituatie. Voor het grootste deel een burgerlijk bestaan en dus ook wat gezapig en met vastere gewoontes. Ik een stuk minder, misschien B en een stukje C. Ik blijf dus veel gespinster om die A B en C des te feller voor te staan. Althans op een duidelijke manier die er inhoudelijk geen doekjes om windt.

Alles gonst van de problematiek, analyse geeft dat mensen die uit het bedrijfsleven zijn gekomen, de gang van zaken hier veel te traag vinden, communicatie is helemaal ruk. Dus.... Zware taak op mijn schouders, met hoog risico. De "dood" of de gladiolen qua werk. Waarom kreeg ik niemand mee terwijl men achter de rug van hogerhand wel gonst van deze problemen? Men heeft wat te verliezen. Ik ga dus de klappen incasseren, maar ben bereid. Het gaat om het doel en val er alleen mezelf mee lastig omdat ik aan niemand thuis ben gebonden die van mijn geld moet eten als ik die baan verlies. Daarom vind ik het geoorloofd, voor het geluk van mij en anders mijn collega's die lijden onder dit regime.

Ik heb liever een vaag plan B, teer liever in zonder uitkering, en ga zelf op zoek naar wat ik waard ben zonder door het wanbeheer van tig managementlagen geleefd te worden, dan dit nog langer dan een paar maanden de kans te geven. Ik ben hier niet schuldig aan, noch bij machte er meer dan een brief aan de directie aan te doen. En ga dit doen! Op z'n best (als de tegenzin niet funest wordt voor mijn gevoelsleven) is de diagnose straks beroepsdeformatie. Plan B is dus beter dan de gok op je gevoelens aan te gaan en gestresst te eindigen.

Ze zullen zich mijn woorden herinneren. Wat zeggen oudgedienden? "Joh je verandert er toch niks aan" "Het is synoniem met bedrijf X", "Het is altijd al zo geweest", "jij bent jong en pienter genoeg om nog wat anders te vinden, wij niet meer". Daar leg ik me niet bij neer!!!! Je bent libertariŽr of niet potverdrie en ik zal ze een poepie laten ruiken!!

Dat ik als Gekke Henkie ga worden gezien, doordat ik zo stom ben om heel bescheiden een intonatie aan mijn inhoudelijke kritiek te geven, (valt ECHT dus mee!!) loop je het risico dat die wordt afgedaan als "emotioneel" dwz irrationeel en onzakelijk, omdat men zogenaamd opeens zo "zakelijk" is geworden. Ik lach erom. Onze directeur gaat prat op het feit dat hij emoties toont. Hij flapt er kolossaal uit op vergaderingen, schrijft het in het blad, en komt er mee weg. Emoties mogen hebben bij kritiek hangt dus af van status. Toch zal ik niet schromen om hier mijn lot aan te verbinden, dat in een maatschappelijk nuttig werk, de minima klanten het beste voor hun geld zullen krijgen via een efficiŽntere bedrijfsvoering!

Duim maar voor me want het wordt confronterend.


 
 
Printversie Email dit artikel




MeerVrijheid 2001 - 2007